Overslaan en naar de inhoud gaan

Viskwekerij algemeen

Visvangst en viskweek wereldwijd

grafiek-viskweek-vangst-ned.jpg

Visvangst en viskweek wereldwijd | © Ecomare, naar FAO Fishstat

Aziatische kweekvijvers

De opmars van de kweekvis is vooral te danken aan de kweekvijvers in China, India, Japan, Zuid-Korea en de Filippijnen; het gaat daarbij om karpersoorten. Van alle gekweekte vis is 80% afkomstig uit Azië. De vraag naar vis voor de voedselvoorziening stijgt volgens de FAO de komende jaren fors, vooral als gevolg van de groei van de wereldbevolking.
Noord-Korea is een sterke groeier op de Aziatische markt voor kweekvis. In het 2e halfjaar van 1999 werd in dit land alleen al ruim 3000 hectare viskweekvijvers aangelegd. De kwekers willen hete bronnen gaan gebruiken voor de kweek van tropische vissen.De opmars van de kweekvis is ook in Europa terug te vinden, zij het op een wat kleinere schaal dan in Azië. Er wordt veel forel en zalm gekweekt, waarvan het merendeel in Noorwegen. In de landen rondom de Middellandse Zee kweekt men met redelijk succes zeebaars en zeebrasem. Volgens het Landbouw-Economisch Instituut volgt Nederland de trend. Aan kweekvis (voornamelijk paling, meerval en forel, maar ook bijvoorbeeld tarbot) werd in 1996 2700 ton uit het water gehaald. In 1997 bedroeg de totale visproductie binnen de EU ruim 8 miljard kilogram. Hiervan was 1,2 miljard kilogram afkomstig van vis- en schelpdierkwekerijen.

Zalmkwekerijen

De viskweek in de Noorse fjorden is een enorm succes: In 1988 produceerden meer dan 700 visfarms daar 80.000 ton zalm. In 1998 werd er voor het eerst wereldwijd meer zalm gekweekt (900 duizend ton) dan in het wild gevangen (800 duizend ton). De grootste producent van kweekzalm in de wereld is een Nederlandse veevoederconcern Nutreco, die beschikt over grote kweekvijvers in Noorwegen.
Ook in Schotland is de viskweek sterk gegroeid; sinds 1990 is de productie van zalm verzesvoudigd. De Schotse autoriteiten willen nu verdere uitbreiding van de kwekerijen aan banden leggen omdat de gekweekte zalm visziekten kan overdragen op de wilde zalm. Aan de Schotse westkust hebben de bestanden wilde zalm en wilde zeeforel grote schade ondervonden van de zalmkweek. Bovendien zou de gekweekte zalm ook ziektes kunnen overdragen op schelpdieren.

Nieuwe kweekvissen

Kabeljauw is een nieuwe soort waarmee geëxperimenteerd wordt in viskwekerijen. De wilde kabeljauw is door overbevissing schaars geworden waardoor kweek tegenwoordig rendabel is. Een probleem dat men tijdens de experimenten tegenkwam, was dat de kabeljauw in de eerste weken van hun leven de gebruikelijke korrels droogvoer weigerden te eten. Algen en kleine garnalen bleken de oplossing.
Nutreco investeert fors in de kweek van kabeljauw. In 2002 waren al meer dan 200 kabeljauw-kweekvergunningen in Noorwegen aangevraagd. Ook in Groot-Brittannië wordt de vis inmiddels gekweekt. Nutreco verwacht in de komende jaren duizenden tonnen kweekkabeljauw af te zetten.
In 2008 heeft het ministerie van LNV subsidie verstrekt aan Leidse wetenschappers die onderzoek doen naar het kweken van glasaal. Hierbij wordt de lange zwemtocht van de paling naar de Sargasso zee nagebootst. Het inmiddels gelukt om palingen in gevangenschap met elkaar te laten paaien. Ook nakomelingen worden geproduceerd, maar deze larven sterven nu nog binnen enkele dagen. Prognose is dat het de wetenschappers over drie a vijf jaar lukt om glasaal te kweken.
Vooruitlopend hierop hebben Volendamse ondernemers en de universiteit van Leiden samenwerking gezocht. Zij onderzoeken de mogelijkheid een palingkwekerij te starten in viskotters in de haven van Volendam. Bedoeling is dat in deze kotters het hele proces van palingkweek zal plaatsvinden. Wanneer het project slaagt, zal een deel van de toekomstige gekweekte palingen niet worden geconsumeerd. Zij worden als glasaal vrijgelaten in het IJsselmeer om bij te dragen aan een herstel van de palingstand.
Andere nieuwe soorten voor viskwekerijen zijn de heilbot en de cobia. Laatstgenoemde ligt goed in de markt als wildvang, maar ook als kweekvis blijkt deze soort geschikt. De cobia is een zoutwatervis die voor aquacultuur aantrekkelijk is door zijn zeer snelle groei. Er wordt nog nauwelijks gekweekt met de cobia, maar er wordt volop onderzoek gedaan naar de mogelijkheden. Viskwekerijen zetten vooral in op kooikweek in kustwater, maar ook in recirculatiesystemen blijkt de cobia het goed te doen.
Het grootste aandeel in de aquacultuur bestaat echter uit schelpdieren. Ze worden gekweekt op kweekpercelen, in de Waddenzee, Oosterschelde en Grevelingenmeer. Mosselen worden in Nederland het meest gekweekt; er is een aanvoer van bijna 6000 ton in 2006, gevolgd door de Japanse oester (310 ton in 2003) en de Europese oester (26 ton in 2003).

Biologische garnalen

In 2008 is een Eko-keurmerk voor kweekproducten in Nederland ingevoerd. Het Eko-keurmerk wordt verstrekt aan producten die op een biologische manier gekweekt worden, oftewel op een zo natuurlijk mogelijke wijze. Hierop wordt streng toegezien door Stichting Skal die ook de keurmerken verstrekt. Garnalenimporteur Heiploeg heeft als eerste het Eko-keumerk ontvangen voor haar gekweekte garnalen uit Ecuador. Deze bio-garnalen worden zonder conserveermiddelen gekweekt.

Nadelen van viskweek

De vis in een kwekerij krijgt eiwitrijk voedsel. Dat bestaat uit vismeel afkomstig van de industrievisserij. Om één ton zalm te produceren moet 3,3 ton zandspiering en sprot tot vismeel worden verwerkt. Hoewel dit geen consumptievissen zijn, vormen ze wel een belangrijke schakel in de voedelketen in zee en wordt het idee dat viskweek de druk op de visbestanden zou verlichten zo toch wel dubieus. In 2003 werd een derde van de 96 miljoen ton vis die jaarlijks werd gevangen gebruikt voor de productie van visvoer. Tegenwoordig wordt krill vaak gebruikt als alternatief voor de vis in het voer, maar dit kleine garnaaltje dat hiervoor in grote hoeveelheden wordt gevangen in het koude water rond de Zuidpool, is ook één van de voornaamste voedselbronnen voor de walvis. Wanneer er steeds meer krill gebruikt wordt, zal dit uiteindelijk gevolgen hebben voor de walvisstand. Op dit moment wordt er onderzoek gedaan naar vegetarisch visvoer. Zo kan sojaolie al gedeeltelijk als vervanger voor visolie dienen.
Biologische kweekzalm wordt gevoerd met afval van de visverwerkende industrieën.
Onderzoekers van de Stanford Universiteit in Californië waarschuwden in 2000 dat het kweken van vis in gevangenschap een gevaar voor de wereldvoorraad vis is. De oceanen worden namelijk leeggevist om de vleesetende exemplaren in kweeksystemen te voeden. De onderzoekers raden daarom aan dat er gezocht moet worden naar commerciële vissoorten die alleen planten eten. Een andere oplossing is vissen sowieso een vegetarische dieet te geven. Volgens RIVO (nu IMARES) kan kabeljauw heel goed groeien op een dieet van lijnzaadolie en soja. 'Vegetarische vis' bevatten minder gezonde vetzuren dan vis-etende vis, maar het blijft nog gezonder dan vlees, volgens een toenmalige RIVO onderzoeker.
Bij de teelt van vis worden vaak diergeneesmiddelen ingezet om de dicht opeengepakte vissen gezond te houden. Resten van deze medicijnen kunnen in de vis achterblijven en worden dus geconsumeerd, de rest van de geneesmiddelen komt in het zeemilieu terecht. De Nederlandse Vereniging van Viskwekers is zich hiervan bewust en vraagt aan haar leden zorg te dragen voor een goede registratie van de geneesmiddelen en een goede bedrijfsvoering, zodat het niveau van resten van geneesmiddelen in de visproducten laag blijft. Nutreco heeft al sinds 1995 geen antibiotica gebruikt op kwekerijen in Noorwegen.
Een ander nadeel, zo is gebleken uit onderzoek in Noorwegen, zijn de emissies van nutriënten afkomstig uit de uitwerpselen van de vis. In 2000 zijn de 800 viskwekerijen in dit land de grootste bron van fosfaten en de op een na grootste van stikstof. Ter vergelijking: de Noorse zalmindustrie produceert even veel stikstof als er in het onbehandeld rioolwater van 3,9 miljoen mensen zit. Deze emissies zorgen voor eutrofiëring en grootschalige algenbloei voor de kust.
De Nederlandse viskwekerijen maken gebruik van circulatiesystemen waarbij het water steeds gefilterd, gezuiverd en opnieuw gebruikt wordt. Problemen met ammoniak en nitraat zijn bij deze vorm van viskweek opgelost.
Ook kunnen visziekten overgedragen worden van ontsnapte kweekvis naar wilde exemplaren. Er wordt geschat dat tienduizenden kweekzalmen jaarlijks ontsnappen. Minstens de helft van de wilde zalm die in aanraking komt met gekweekte soortgenoten, sterft. Ziekten als zalmluis zijn hier in grote mate schuldig aan. In Noorwegen is in maart 2000 begonnen met het vernietigen van 700.000 zalmen in een kwekerij omdat de voor zalmen dodelijke ziekte ISA was vastgesteld. In 2007 verschijnen alarmerende berichten over mogelijk uitsterven van de wilde zalm in het noordwesten van Canada door de zalmparasiet. Deze parasiet is afkomstig uit de viskwekerijen en zal, bij verdere verspreiding, binnen vier jaar 99 procent van de wilde zalm het leven kosten. Door de parasiet is tot 2008 al tachtig procent gedood.
Ook ontsnapte kweekvis kan een probleem worden. Zo kruisen ontsnapte kweekzalmen met wilde zalmen. De kweekzalm, en in mindere mate de kruising, mist het vermogen om terug te kunnen keren van zee naar de rivier om te paaien. Uiteindelijk zal dit de overlevingskans van de wilde zalm verminderen. In Noorwegen is uit onderzoek in 2003 gebleken dat één op de vier in het wild gevangen zalmen ontsnapt zijn uit een kweekbak. In Schotland ontsnapten er in 2006 zo'n 157 duizend kweekzalmen.
Volgens Greenpeace en het Wereld Natuur Fonds zijn de problemen rond visziekten en ontsnappingen te voorkomen door het kweken van zalm in gesloten systemen op het land. Er is echter nog geen techniek voor dergelijke grootschalige systemen en het dierenwelzijn op het land is moeilijker te waarborgen. De viskwekerijen zijn terughoudend door de hoge kosten en de groeiende concurrentie.
In Noord-Holland is veel belangstelling voor kweek op het land voor paling en snoekbaarzen. Pilotprojecten worden tussen 2008 en 2010 uitgewerkt.

Dierenleed

Een ander nadeel vormt de diervriendelijkheid van kwekerijen. Biologische zalm heeft meer ruimte.
Het doden van kweekvis is al sinds de jaren negentig van de vorige eeuw een heikel punt in de aquacultuur. In een rapport van het RIVO uit 1996 is gebleken dat de dodingsmethoden veel dierenleed veroorzaken. Zo wordt tilapia vóór verwerking een kwartier op ijs gelegd. Door de onderkoeling beweegt het dier niet meer en werd lange tijd gedacht dat de vis vóór het verwijderen van de ingewanden al dood was. Onderzoekers hebben het tegendeel aangetoond en registreerden pijnprikkels. Diezelfde prikkels werden vijf minuten na het fileren van de vis nog waargenomen.
Onderzoeksinstituut Wageningen Imares en het Productschap Vis doen sinds het uitkomen van het RIVO rapport onderzoek naar een diervriendelijkere dodingsmethode voor kweekvis. In 2008 bereikten zij een doorbraak met een door Wageningen Imares ontwikkelde elektrocutiemethode. Bij deze methode worden de vissen in een bak water onder stroom gezet en zodoende bedwelmd. In de bedwelmde toestand werden door de onderzoekers geen pijnprikkels meer geregistreerd en kan aangenomen worden dat de vis gevoelloos is voordat zij verwerkt wordt. Vissoorten als paling, meerval en tilapia kunnen op deze manier gedood worden. Onduidelijk is nog wanneer de methode in Nederland ingevoerd wordt. De Nederlandse Vereniging van Viskwekers spreekt van eind 2008, onderzoekers van Wageningen Imares vinden dit te vroeg.

Genetische manipulatie bij viskweek

Een recente ontwikkeling in de visteelt is genetische manipulatie. Hierbij wordt vooral geprobeerd vissen te kweken die sneller groeien waardoor de productie binnen de kwekerijen versneld wordt. Vaak wordt gebruik gemaakt van de gunstige eigenschappen van genen van andere vissoorten. Inmiddels zijn al diverse viskwekerijen begonnen met het genetisch manipuleren van hun kweekvis.
Een viskwekerij in Canada kweekt genetisch gemanipuleerde zalmen die sneller groeien en groter worden dan normale kweekzalmen. Daarbij is een gen van de puitaal ingebouwd dat de aanmaak van antivries-eiwitten regelt. Verder wordt een groeihormoon-gen van een verwante zalmsoort gebruikt. Door deze genen met elkaar te koppelen groeit de zalm het hele jaar door. In de winter groeien zalmen namelijk amper, waardoor het bij ongemanipuleerde zalmen drie jaar duurt voor ze geschikt zijn voor consumptie. Dat is bij gemanipuleerde zalmen al na anderhalf jaar het geval.
Nieuwe experimenten richten zich op de kleur van gekweekte zalm. Kweekzalmen hebben namelijk niet de roze kleur die de wilde zalmen bezitten. Deze kleur krijgen ze door het eten van garnalen die in kwekerijen niet beschikbaar zijn. Door het inbouwen van een kleur-gen zal dat in de toekomst wel mogelijk worden.
Hoewel het bedrijf in 2002 al verwachtte de eerste genetisch gemanipuleerde zalm in Canada en de V.S. te kunnen verkopen, is dit voor zover bekend nog niet gerealiseerd. Aan andere vissen, zoals heilbot, bot, tilapia (een tropische vis) en forel wordt nog gesleuteld. In Nederland mogen de genetisch gemanipuleerde vissen niet verkocht worden.
Het genetisch manipuleren van vis is niet zonder risico's. Milieuorganisaties, waaronder Greenpeace en Milieudefensie, hebben op het gevaar van ontsnappende transgene zalmen gewezen. Naast de genetische vervuiling die dit met zich meebrengt, zullen dergelijke zalmen ook in de winter veel voedsel nodig hebben, waardoor de prooidierbestanden zouden kunnen instorten. Bovendien kan genetisch gemanipuleerde zalm zijn grenzen verleggen. Hij is minder gevoelig voor koud water en heeft daarmee de mogelijkheid om ook buiten zijn eigen verspreidingsgebied te overleven. Gevolg is dat de daar levende dieren er een nieuwe concurrent en vijand bij krijgen. De Canadese viskwekerij werkt daarom bij de kweek op zee met onvruchtbare vrouwtjeszalmen, de mannetjes mogen alleen in bassins op het land gehouden worden.De visproductie in de wereld stijgt sinds 1990 sneller door kweken van vis dan door visvangst. De productie van kweekvis groeit met ruim 9% per jaar. Inmiddels komt zo'n 50% van alle vis, schaal- en weekdieren uit kweek voort. Zonder deze groei van grootschalige viskweek zou vis schaars zijn en alleen beschikbaar voor de hoogste inkomensgroepen.

Kweek in Nederland

Ook in Nederland wordt volop geëxperimenteerd met het kweken van vis. Tientallen boeren zijn overgeschakeld op vis, zoals paling, forel en meerval. Zo is in Groningen een kwekerij gevestigd die 350 ton paling per jaar oplevert, dat is meer dan de IJsselmeervissers nog kunnen aanvoeren. In heel Nederland wordt jaarlijks zo'n 4200 ton paling en 4500 ton meerval gekweekt. In Groningen werd in 2005 een kwekerij opgezet voor barramundi, een Australische baarssoort. In 2007 kwam daar de Barramundi Farm (Urk) bij. De duurzame kweek van vis en andere dieren wordt gestimuleerd door het Innovatieplatform Aquacultuur.

Kweekvis duurzaam?

Volgens Greenpeace Nederland kan viskweek bijdragen aan een duurzame relatie tussen mens en milieu als geen wilde vis wordt gevangen om als voedsel voor kweekvis te dienen. Van 2000 tot 2007 nam de hoeveelheid vis die gebruikt wordt als visvoer met de helft toe. Medicijngebruik in het visvoedsel mag geen bedreiging zijn voor de menselijke gezondheid. Tenslotte moet duurzame kweek plaatsvinden in gesloten systemen zodat gekweekte vis zich niet kan mengen met wilde populaties. Inmiddels worden in Zeeland tong en tilapia op duurzame manier gekweekt.
Ongeveer de minst milieubelastende vis ter wereld is de Nederlandse kweekvis claresse. Waar de meeste vissoorten houden van ruimte, leeft de claresse het liefste zo dicht mogelijk op elkaar. Voor een kweekvis een hele handige eigenschap. Bovendien worden ze niet op zee, maar in grote 'stallen' op het land gehouden. Daardoor worden ze minder snel ziek en zijn medicijnen niet nodig. Ook eten ze veel minder vismeel en is men hard bezig om hun voer vegetarisch te maken. Doordat hun water voor 95 procent hergebruikt wordt, zijn ze enorm zuinig. Voor de kweek van 1 kilo claresse is één emmer water voldoende. Voor de kweek van bijvoorbeeld 1 kilo paling is wel 200 liter water nodig!
Ook de Nederlandse meerval en tilapia zijn vissen die op redelijk milieuvriendelijke manier te kweken zijn. Net als de claresse worden zij op het land gekweekt. De tilapia is kan worden gekweekt met voer dat vrijwel volledig plantaardig is.

CC-BY-NC, Ecomare & VLIZ 2020 - Laatst bijgewerkt:

Bovenliggende categorieën