Overslaan en naar de inhoud gaan

Bot

Bot is de enige platvis die zonder problemen het zoete water opzwemt. Er worden botten gevonden in de Rijn bij Basel. Ze leven dan ook het liefst in brakke wateren. Waar één bot ligt, zijn er vaak meer, maar door de goede camouflage zijn ze moeilijk te ontdekken. De ogen van een bot zitten meestal aan de rechterkant, maar sommige hebben ze links.
Namen 
la
Platichthys flesus
nl
bot
en
flounder
fr
flet
de
Flunder
meer namen
Kenmerken 
afmetingen
tot 60 centimeter
gewicht
tot 2.5 kilogram
kleur
donkergrijs aan de bovenkant, wit aan de onderkant
leeftijd
tot 7 jaar
voedsel
wormen, kreeftachtigen, schelpdieren
voortbeweging
zwemmen
vijanden
mensen, zeehonden
voortplanting
geslachtelijk

Van rond naar plat

Platvissen komen als piepkleine rondvisjes uit het ei. Ze zwemmen die eerste weken in de waterkolom. Aan iedere kant van hun lichaam zit dan een oogje. Na een week of twee beginnen ze te veranderen en trekken ze naar de zeebodem. Die verandering begint met de verplaatsing van het oog. Al heel snel staan de ogen van de larfjes niet meer keurig naast elkaar, maar lijkt het of ze scheel beginnen te worden. Bij de meeste soorten verschuift het linkeroog naar de rechterkant van de schedel. Daardoor schuift het hele schedelbot ook mee. Doordat de ogen dan aan één kant van het lichaam zitten, kunnen ze op één zijkant op de zeebodem liggen en toch beide ogen gebruiken.  De huidskleur verandert ook mee. De zijkant die naar de bodem is gericht wordt lichtgekleurd, terwijl de zijkant waar de ogen naartoe zijn verhuisd vaak donker van kleur is. Met de hele metamorfose verandert ook het dieet van de vis. Als in de waterkolom zwemmend larfje eten ze plankton. Op de bodem veranderen ze in vleesetende roofvissen. Het maag-darmstelsel moet zich dan ook aanpassen aan het nieuwe dieet.

Kinderkamer gezocht

Veel platvissen groeien op in de Waddenzee of dicht langs de Noordzee-kust. Daar is het water lekker warm, is veel voedsel te vinden en zijn minder grote vissen die ze op willen eten. Schol en tong zijn vissoorten die gebruik maken van deze 'kinderkamer'. De vissen komen in de diepere delen van de Noordzee uit het ei en trekken als larfje naar de kustgebieden en de Waddenzee. De laatste tijd worden daar echter steeds minder jonge scholletjes gezien. Nu is het niet zo dat de schol is verdwenen uit de diepere delen van de Noordzee; de laatste jaren zwemmen er juist veel. Het lijkt er dus op dat de jonge schollen andere plekken opzoeken om groot te worden. Onderzoekers denken dat dit aan de temperatuur van het zeewater ligt. Die wordt geleidelijk aan hoger. Waarschijnlijk vinden de jonge scholletjes het tegenwoordig te warm geworden in het kustwater en de Waddenzee en kiezen ze nu voor koeler, dieper water om op te groeien.

Bovenliggende categorieën

CC-BY-NC, Ecomare 2017 - Laatst bijgewerkt: 2015.10.06
Mediagalerij

Bot op ijs | © Misjel Decleer - marinespecies.org