
Een ecosysteem is ingesteld op een bepaalde aan- en afvoer van voedingsstoffen. Als die aanvoer zo hoog wordt dat er duidelijke veranderingen optreden, is er sprake van eutrofiëring. Dat heet ook wel vermesting. In het water neemt dan de hoeveelheid algen enorm toe. Waterplanten en wieren verdwijnen juist omdat de algen het water troebel maken en het licht niet meer doordringt. Als de algen afsterven kan het water tijdelijk zuurstofloos worden. Veel dieren die in het water leven sterven dan.
Algenbloei
Fytoplankton kan in zeewater massaal voorkomen. Het vermenigvuldigt zich snel. De kleinste soorten kunnen zich in aantal verdubbelen binnen een uur, de grootste binnen een dag. Als ergens veel zonlicht is, in combinatie met veel voedingsstoffen en een gunstige temperatuur, kan het aantal algjes zodanig groot worden dat het water erdoor verkleurt. Die kleur kan groen, rood of bruinig zijn, afhankelijk van de algensoort. Dat heet algenbloei. In de ondiepe Noordzee komen natuurlijke algenbloeien veel voor. Zo'n vijftig algensoorten hebben van tijd tot tijd een bloei.
mdb-rode-algenplaag-01 2.jpg

De vermesting van het zeemilieu
De verhoogde toevoer van meststoffen heeft geleid tot een toename van algenbloeien. Er zat rond 1985 drie tot vier keer zoveel fosfaat in het kustwater als in 1935. Na 1988 is de concentratie fosfaat in het zeewater gedaald doordat er minder geloosd werd. Daardoor kwamen er ook weer minder algenbloeien voor, zo bleek uit metingen van het NIOZ. Er ligt ook veel minder vaak een dikke laag schuim op het strand.
Algenbloeien kunnen zuurstofloosheid in het water en de zeebodem veroorzaken, als ze massaal afsterven. In de Duitse Bocht en het Kattegat heeft dit geleid tot massale sterfte van bodemdieren en voedselschaarste voor vissen en wadvogels.
Ook komen er soms door eutrofiëring ongewenste giftige algen voor, zoals de pantseralg Dinophysis. Als je mosselen eet, die deze algen hebben gegeten, kun je last van je darmen krijgen. Andere giftige algen kunnen vissterfte veroorzaken.
Ondanks de afname van fosfaten blijven algenbloeien nog steeds voorkomen. Volgens onderzoeker Martin Scholten van IMARES komt dat door giftige stoffen uit de land- en tuinbouw, die schadelijk zijn voor de diertjes die algen eten, roeipootkreeftjes in zee en watervlooien in zoet water.
Gevolgen voor de visserij
Sinds ongeveer 1985 er veel veranderd in de visstand. Van tijd tot tijd opperen enkele wetenschappers, waarvan de visserijbioloog Dolf Boddeke de bekendste is, dat dat komt door de vermindering van fosfaatlozingen. Daardoor groeien er minder algen en dus is er minder voedsel voor de vis. De visserijsector stelde daarom voor een proef te doen om te kijken of het lozen van fosfaat in zee weer tot grotere vispopulaties leidt. IMARES, het instituut dat de visbestanden onderzoekt, twijfelde aan de effecten van zo'n maatregel. IMARES denkt dat niet vissen maar schelpdieren profijt zullen hebben van het bemesten van de zee. De bemesting kan evengoed een toename van giftige plaagalgen veroorzaken. Fosfaat is bovendien kostbaar. Het zit in kunstmest, en is daarom belangrijk voor de landbouw. Het is een grondstof waarvan de voorraden eindig zijn. Om dat nou zo maar in zee te gooien... Uiteindelijk is het niet doorgegaan.