Overslaan en naar de inhoud gaan

Paling

Palingen, ook wel alen genoemd, zijn geheimzinnige vissen. Zo is nog niet vastgesteld waar de vrouwtjes hun eieren afzetten. Ook werd er vroeger gedacht dat jonge en volwassen paling verschillende vissoorten waren. Ze zien er namelijk behoorlijk anders uit. Palingen kunnen in zoet en in zout water leven. Als het nat genoeg is kunnen ze zich zelfs over land voortbewegen. Palingen worden op dit moment door overbevissing bedreigd. Ook obstakels tussen zoet en zout water zorgen voor problemen. In 2007 is de paling tot beschermde diersoort verklaard en is er een Europees herstelplan opgesteld.
Namen 
la
Anguilla anguilla
nl
paling
en
European eel
fr
anguille
de
Flußaal
meer namen
Kenmerken 
afmetingen
maximaal 150 centimeter
gewicht
maximaal 10 kilogram
kleur
larven: doorzichtig; jonge paling: olijfgroen tot bruin en een geelwitte buik; volwassen paling: donkergrijs, lichter aan de buikzijde
leeftijd
tot ongeveer 30 jaar
voedsel
larven: zooplankton jonge paling: watervlooien, kreeftjes, wormen en insectenlarven grote paling: ook vis
vijanden
onder andere aalscholvers, reigers en de mens
voortplanting
eileggend; geslachtsrijp: vanaf 8-13 jaar; aantal: miljoenen eitjes

Oudste aal

Palingen kunnen in het wild ongeveer 30 jaar oud worden. Toch wordt er zo af en toe een echt hoogbejaarde aal gevonden. In het Zuid-Zweedse Brantevik leefde een paling in een waterput die mogelijk 155 jaar oud is geworden. In 1859 zou een jongen de aal in de put hebben gegooid om het drinkwater schoner te maken. De huidige bewoner weet zeker dat de paling er in ieder geval al sinds 1962 zit. Nu de paling is doodgegaan wordt onderzocht of het dier inderdaad al zo lang in de put zit.

Levenscyclus

In de Sargassozee (in de westelijke Atlantische Oceaan) worden de kleinste palinglarfjes gevonden. Maar er zijn daar nooit volwassen palingen gezien. Niemand heeft ooit gezien hoe palingen paaien. Algemeen wordt aangenomen dat ze doodgaan na de daad. De larfjes uit de Sargassozee drijven op de zeestroming naar de Europese kust. Dit is een reis van 6000 kilometer, die 1 tot 3 jaar kan duren. Als de larfjes daar zijn aangekomen zijn ze gegroeid tot 7 centimeter en heten ze glasaal. In de winter en het voorjaar komen de glasalen bij de mondingen van de rivieren aan. Wanneer het water nog te koud is 'hangen' soms grote groepen glasaal in riviermondingen en voor sluisdeuren. Die glasaaltjes zijn best lekker. In Engeland en een paar landen rond de Middellandse Zee worden ze op zulke 'hangplekken' beroepsmatig bevist. Uiteindelijk verspreiden ze zich in rivieren, sloten en meren. Een deel van de aaltjes blijft in zee. Aal groeit heel langzaam doordat het hier zo koud is. Een paling van 30 centimeter die je op de markt kunt kopen is wel 8 tot 10 jaar oud. Pas als de alen tussen de 35 en 45 centimeter zijn beginnen ze te puberen en aan de voortplanting te denken. Dan beginnen ze dus weer aan de lange trektocht terug naar de Sargassozee. Die trek begint in het late voorjaar en de zomer. De paling verandert van kleur en uiterlijk. Dan worden ze schieraal of zilverpaling genoemd. De kleur op de rug verandert van groen-bruin in zwart. De buikkant verandert van geel in een metaalachtige zilveren kleur. Ook worden de ogen groter, hun borstvinnen meer langwerpig en hun snuit smaller. Met al deze veranderingen lijken ze steeds meer op een diepzeevis. Ze stoppen ook met eten. Ze willen zo graag terug naar de Sargassozee, dat ze soms wel eens over land gaan. Het is bekend dat palingen tijdens de trek uit de sloten door de (vochtige) weilanden kunnen kruipen. De paling heeft zijn kieuwen dan gesloten en maakt gebruik van huidademhaling. In de herfst trekken miljoenen zilverpalingen door de Noordzee.

Onderzoek naar trek en voortplanting

Bij de Universiteit van Leiden is een opstelling gebouwd om het trekgedrag van paling te kunnen bestuderen. In een complex van aquaria en tunnels kan men de hele reis van Nederland naar de Sargassozee nabootsen. Het licht, de luchtdruk, de temperatuur en de waterstroming worden zo goed mogelijk nagemaakt. In december 1997 begonnen 22 volwassen palingen uit de Grevelingen hun nagemaakte reis naar de Sargassozee. De onderzoekers hopen zo meer te weten te komen over de trek van de paling en het raadsel van de voortplanting. Uit het onderzoek is gebleken dat palingen in elk geval over voldoende vetreserves beschikken om de lange reis naar de Sargassozee te maken. Dit komt vooral doordat ze erg efficiënt kunnen zwemmen en dus weinig vet hoeven te verbranden. De vissen hebben deze reserves nodig omdat ze tijdens de trek niet eten. In dat vet zou wel eens een gevaar kunnen schuilen: vette palingen bevatten relatief extra veel giftige PCB's. Deze gifstoffen hebben een verwoestend effect op de voortplanting. Ook zijn er aanwijzingen dat de palingen de laatste jaren minder vet worden.

High-tech aal

Er zijn ook weleens palingen uitgerust met een echte zender. Palingen die in Duitsland op het punt stonden om te  vertrekken naar de Noordzee kregen hiervoor een klein glazen buisje in hun buik. In dit buisje zat een zendertje en een batterij. Het buisje was in totaal zo'n 6 centimeter lang. Als deze high-tech aal een speciaal registratiestation passerde, werd er een signaal afgegeven. Hierdoor wisten de onderzoekers precies welke aal het was. In totaal kregen 130 palingen een zendertje. Het startpunt van het onderzoek lag bij de hoofdstroom van de Rijn bij Keulen. Na vier dagen had het snelste dier de Noordzee bereikt! De langzaamste deed er meer dan een jaar over.

Paling bedreigd

De hoeveelheid paling is in Nederland heel erg afgenomen. De precieze oorzaak van de achteruitgang is onbekend. Overbevissing, inpolderingen en de afsluiting van rivieren door sluizen, stuwen en dammen kunnen een reden zijn. Maar ook klimaatveranderingen, hormoonverstorende stoffen of vervuiling kunnen een rol spelen. Volgens visserijbioloog Dekker, werkzaam bij IMARES en voorzitter van de aalwerkgroep van ICES, is het mogelijk dat de uiteindelijke oorzaak het uitzetten van Franse paling na de oorlog is. Door deze invoer kan de ecologie van de inheemse paling te veel zijn veranderd. Volgens hem is de enige oplossing te stoppen met paling vangen. Maar zelfs dan zal het nog tweehonderd jaar duren voor de stand zich heeft hersteld.

Palingplannen

In 2004 heeft de Europese Commissie (EC) maatregelen aangekondigd om de visserij op aal te beperken. Elk Europees land moet een plan indienen. Het doel daarbij is dat de aalstand zich weer kan herstellen. De Nederlandse regering heeft daarom een plan ontwikkeld om te zorgen dat meer palingen naar de Sargassozee terug kunnen keren om zich voort te planten. Een onderdeel van dit plan is een vangstverbod in de maanden september en oktober, als de meeste schieraal naar zee trekt. De vissers zijn het niet eens met dit plan. Ze hebben daarom een alternatief plan bedacht. Om de paling te helpen willen ze een deel van hun vangst uit de rivieren en meren zelf naar zee gaan brengen. In december 2008 werden er daarom 2000 puberende palingen door de vissers naar de zee gevaren en daar losgelaten.

Gouden aal

Soms worden wel heel bijzonder gekleurde palingen gevonden. In 2004 werd er uit het Grevelingenmeer door de gebroeders Bout een knalgele paling met zwarte vlekken gevist. Ze kwamen terecht bij bioloog Dekker van het Visserij-onderzoeksinstiuut in IJmuiden, die zag dat het een 'gouden aal' betrof, een soort albino. Door de afwezigheid van donkere kleuren wordt juist het geel duidelijk zichtbaar. Biologen noemen dit verschijnsel xanthochromatisme.

goudaal.jpg

Gedeeltelijke goudaal uit het Grevelingenmeer | © Jaap de Ronde, Visserijnieuws

Verspreiding en leefgebied

Onze paling komt voor vanaf de Sargassozee tot Marokko, het hele Middellandse Zeegebied, de Oostzee, tot in het noorden van Noorwegen. In de gehele Benelux komt paling in vrijwel alle oppervlaktewateren voor.

kaart-paling.jpg

Verspreiding paling | © Ecomare, Sherri Huwer

Kweekpaling

De palingkwekerijen in Europa hebben te kampen met een tekort aan aal. Dit komt omdat de natuurlijke intrek van glasaal in de afgelopen 20 jaar heel erg is afgenomen. Daarom zetten vissers ook zelf glasaal uit. Dit gebeurde een eeuw geleden ook al. De glasaal werd uitgezet in de polders, waar de glasaaltjes in 4 tot 10 jaar tijd uitgroeiden tot aal van een mooi formaat. De prijs van glasaal is echter van 10 euro per kilo in 1980 naar 250 euro per kilo gestegen. Bovendien bieden bijvoorbeeld Chinese aalkwekerijen wel 600 euro per kilo. In Engeland en een paar landen rond de Middellandse Zee wordt de glasaal beroepsmatig bevist. De vissers vissen in de winter en het voorjaar. Ze proberen de glasaal dan in de zout-zoet overgangen zoals estuaria, riviermondingen en voor dammen te vangen. Een groot deel van de vangst wordt in Azië verder opgekweekt in aalkwekerijen. Er wordt ook een deel in de EU verder opgekweekt. De kwekerijen hebben glasaal nodig, omdat kunstmatige voortplanting van de aal is tot nu toe nog niet mogelijk is. Ook wordt een deel van de gevangen glasaal uitgezet of opgegeten, met name in Spanje.

Bovenliggende categorieën

CC-BY-NC, Ecomare 2017 - Laatst bijgewerkt: 2015.03.02