Overslaan en naar de inhoud gaan

Centrale Oestergronden

De Oestergronden danken hun naam aan de uitgestrekte oesterbanken die hier tot het eind van de 19e eeuw voorkwamen. Door onder andere visserij en ziekten zijn deze banken in de loop der tijd verdwenen.

Een zee van rust

De Oestergronden vormen een relatief diepe (40-50m) kom tussen de hoger gelegen zandbodems van de Zuidelijke Bocht in de zuiden en oosten en de Doggersbank in de noorden. De zeestromingen zijn hier rustig zodat er veel slibrijk materiaal op de bodem neerslaat. In de zomer is de waterkolom hier gelaagd: warm, algenrijk water blijft boven en mengt zich pas weer met de onderste waterlagen als de zee in het najaar weer in beweging komt.

Er komen veel verschillende soorten bodemdieren voor, maar niet echt in grote hoeveelheden. Hoofdbewoners van de bodem van de Oestergronden zijn de draadarmige slangster, moddergarnaal, de witte dunschaal en de zeeklit. Waargenomen zeldzaamheden zijn de zwarte streepschelp, de zandschelp en de bolle papierschelp. Langlevende bodemdieren, zoals de noordkromp en de noordhoren, komen op de Oestergronden nog vrij algemeen voor.
In de winter zijn de Oestergronden een belangrijk voedselgebied voor Noordse stormvogels, drieteenmeeuwen, alken, zeekoeten, zilvermeeuwen en grote mantelmeeuwen.

CC-BY-NC, Ecomare & VLIZ 2020 - Laatst bijgewerkt:

Bovenliggende categorieën