
Zeeklitten zijn grote, hartvormige zee-egels. Hun kale, breekbare skelet kun je vaak op het strand vinden. Levend hebben zeeklitten veel stekels, die plat tegen het lichaam aan liggen. De stekels zijn kleiner dan die van zeeappels, en lijken meer op stugge haartjes dan op stekels. Hierdoor lijken levende zeeklitten op harige aardappels. In het Engels wordt deze soort dan ook 'zee-aardappel' genoemd.

Tunnel
Zeeklitten leven ingegraven in de bodem. Om toch voldoende zuurstof te krijgen, graven ze een tunnel naar het bodemoppervlak. Door de ingang stroomt zuurstofrijk water, dat er zuurstofarm weer uitstroomt via de achteruitgang. Om te eten steken zeeklitten hun extra lange zuignap-voetjes door de tunnelingang naar buiten. Met deze gevoelige voetjes zoeken ze op de oppervlakte van de zeebodem naar kleine deeltjes, resten van dode planten en dieren. Ze kunnen op de tast precies uitzoeken welk voedsel ze wel en niet willen eten.
Kwetsbaar
Omdat zeeklitten in het zand leven en een breekbaar skelet hebben zijn ze heel gevoelig voor bodemverstoring. Als ze in een visnet terecht komen is er weinig kans dat ze het overleven, omdat ze met weinig weerstand al platgedrukt worden. Omdat ze van de zeebodem eten, zijn ze ook erg gevoelig voor vervuiling van de zeebodem met olie. Dat ze erg kwetsbaar zijn kun je ook zien aan de op het strand aangespoelde skeletjes van zeeklitten. Bij de minste aanraking gaan ze kapot. Je vindt dus maar zelden een onbeschadigd exemplaar op het strand. Vind je er toch een, dan lukt het meestal niet om ze heelhuids thuis te krijgen.
5019-strand-zeeklit-ogb.JPG
Verspreiding en habitat
Zeeklitten komen wereldwijd voor tot op wel 250 meter diepte en zijn een algemene soort in Nederlandse wateren. Ze leven in het zand. Ze graven zich met behulp van hun stekelhaartjes in tot een diepte van 10 tot 15 centimeter.