
Per jaar gebruikt Nederland ongeveer 72 miljoen kubieke meter zand. De helft van dit zand komt uit rijkswateren, zoals de Waddenzee, het Eems-Dollardgebied, het IJsselmeer en de randmeren, de deltawateren en vooral de Noordzee. De rest van het zand wordt gewonnen uit afgravingen op het land. Het zand wordt gebruikt voor woningbouw, waterstaatkundige werken en wegenbouw. Ook de bollenteelt neemt zand af. Een deel van het zeezand wordt gebruikt voor zandsuppletieprojecten (in 2008: 12 miljoen kubieke meter).
Zeezand
Rond 1980 maakte het zeezand enkele procenten uit van de totale hoeveelheid gewonnen zand. Sindsdien is de winning van zeezand sterk in opmars. Tussen 1992 en 1996 werd zo'n 20 miljoen kubieke meter zeezand opgebaggerd. Na 2000 nam deze hoeveelheid toe tot ongeveer 35 miljoen kuub per jaar. Als de adviezen van de Deltacommissie worden opgevolgd is er 85 miljoen kuub per jaar nodig aan zandsuppleties. Nederland is daarmee veruit de belangrijkste zandwinner op de Noordzee geworden.
Zeezand komt aan land met sleephopperzuigers. Een deel komt van onderhoudswerkzaamheden van de IJ-geul en de Euro-Maasgeul, en de vaarroutes van de Westerschelde en de Waddenzee. De baggerschepen brengen het zeezand naar vier depots voor de kust: bij de Maasvlakte, in het Haringvliet, bij IJmuiden en in de Westerschelde. Daar wordt het zand weer door kleinere boten opgezogen om naar de afnemers te worden vervoerd.
Het baggeren in de Westerschelde dient vooral om de haven van Antwerpen bereikbaar te houden voor grote schepen. Bij het uitdiepen zijn veel schorren en platen verloren gegaan. Verschillende provincies hebben bezwaren tegen de winning van zand op het land, langs de grote rivieren. Het landschap en de natuur worden aangetast door de grote zandwinplassen. Daardom moet er nog meer zand uit de Noordzee moeten komen.
Zandwinning op de Noordzee
Zandwinning mag in het Nederlandse deel van de Noordzee alleen op plaatsen waar de zee minimaal 20 meter diep is of die 20 kilometer buiten de kust liggen. Maximaal twee meter van de bodem mag weggegraven worden. Alleen in sommige vaargeulen, zoals de Euro-Maasgeul bij de Maasvlakte mag een laag van vijf meter worden opgezogen. Op het Nederlandse deel van de Noordzee wordt ophoogzand, beton- en metselzand en zand voor zandsuppleties gewonnen.
Op het Britse deel van de Noordzee worden beton- en metselzand en grind gewonnen. Dit Britse zand en grind gaat gedeeltelijk naar Vlissingen, Beverwijk en Amsterdam, waar grote installaties staan om het te ontzilten en op korrelgrootte te scheiden.
k-zandwinningncpned.jpg

Effecten van zandwinning
Hoe snel de zeebodem, en daarmee de flora en fauna van de zeebodem, zich herstelt na ontginningswerkzaamheden is sterk afhankelijk van de situatie ter plekke. In gebieden met veel getijdenbewegingen en grote aanvoer van zand kunnen de sporen van de hopperzuigers na een ruim jaar verdwenen zijn. In rustiger gebieden kan dit vier jaar duren en in extreme gevallen wel 9 jaar. In zandwingebieden die 100 hectare of groter zijn is het wettelijk verplicht een milieu-effect reportage (MER) te laten maken.
Ook het herstel van de bodemfauna is sterk afhankelijk van de situatie ter plekke. In hoog tot gemiddeld dynamische gebieden duurt het twee tot vier jaar. In laag dynamische gebieden, zoals de Waddenzee, kan het vijftien jaar duren voordat de fauna zich heeft hersteld.
Zandwinning in de Waddenzee
Volgens de afspraken tussen de landen die grenzen aan de Waddenzee mag zandwinning alleen om vaargeulen te onderhouden en niet voor het winnen van zand. Wel kan voor lokale kustbeschermingsmaatregelen een vergunning worden verleend om toch buiten de vaargeulen zand te winnen. De gevolgen voor het milieu moeten tot een minimum beperkt worden.
k-zandwinningwadned2.jpg

Duitsland
In het Nedersaksische Nationale Park is zandwinning voor commerciële doeleinden niet toegestaan. Er wordt alleen zand gewonnen bij baggerwerkzaamheden voor het onderhouden van vaargeulen en voor de kustverdediging.
Denemarken
Zandwinning voor commerciële doeleinden is in het Deense waddengebied niet toegestaan. Hier kan een uitzondering op gemaakt worden als er onvoldoende zand voor de kustverdediging op andere plaatsen gewonnen kan worden. In noodsituaties mag er ook zand uit zee worden gewonnen. In de scheepvaartroutes naar Esbjerg en Fanø wordt zand gewonnen bij het uitdiepen van de vaargeul.
Ontzilting
Het nadeel van zeezand is dat het zout is. Het bevat 1500 tot 4500 milligram natriumchloride per kubieke meter. Dat zout spoelt uit en komt in het grond- en oppervlaktewater terecht. Dat heeft op den duur gevolgen voor de tuinbouw en de drinkwaterwinning.
Binnen één tot twee jaar moet zeezand worden ontzilt. Dit doet men door het te spoelen met zoet water. De huidige ontziltingstechniek (één keer spoelen met licht brak water op het Noordzeekanaal en droogtrekken) levert zand op met een chloridegehalte van gemiddeld 600 milligram.