
Grote sterns zijn te herkennen aan hun geinige zwarte kuif. Ze zijn gebouwd voor een leven aan de kust. Met hun lange, slanke vleugels kunnen ze perfect boven de golven zweven op jacht naar vis. Het zijn echte gezelligheidsdieren. Ze broeden graag in grote groepen bij elkaar. Daarbij zoeken ze ook gezelschap van andere sterns en meeuwen. Dat levert extra bescherming op tegen rovers. Visdiefjes en kokmeeuwen zijn een stuk agressiever dan de goeige grote sterns. In de winter trekken de meeste grote sterns naar Afrika of Zuid-Europa.

Menu
Grote sterns leven op een dieet van zandspiering, haring, sprot en smelt. Ze vangen deze vissen door boven het water te bidden. Als ze een prooi in beeld krijgen, storten ze zich van grote hoogte naar beneden. Dat ze zo haring en sprot vangen is niet zo verwonderlijk. Die vissen leven in de bovenste waterlaag en kunnen dus gemakkelijk vanuit de lucht opgevist worden. Maar zandspiering en smelt leven op de bodem van de zee. Alleen wanneer die vissen op plaatsen zwemmen met een sterke stroming en door de stromingen in het water naar boven komen, kunnen de sterns ze vangen.
fitis-grote-stern-vliegend-met-vis-ad.JPG
Lekker knus
Net als andere soorten sterns en meeuwen broeden grote sterns in kolonies. Het nest stelt niet veel voor, meer dan een ondiep kuiltje is het niet. De nesten liggen zo dicht bij elkaar, dat de broedende vogels zich nauwelijks op het nest kunnen omdraaien zonder hun buren aan te raken. Om veilig te broeden zitten ze vooral op plaatsen waar geen landroofdieren zijn, zoals kleine eilanden.
Bedreiging
In de 20e eeuw heeft de grote stern in Nederland drie keer te maken gekregen met een instorting van de aantallen. In het begin van die eeuw was de jacht op de grote stern zo groot dat het aantal broedparen bijna op nul beland was. De jacht ging vooral om de veren, die in die tijd de dameshoeden sierden. Vervolgens konden de vogels zich weer herstellen (naar ongeveer 46.000 broedparen) totdat in de Tweede Wereldoorlog de eieren van sterns in trek kwamen als eiwitbron voor de mensen. De derde instorting werd veroorzaakt door een vergiftiging met bestrijdingsmiddelen. De aantallen daalden daardoor van 30.000 naar 875 broedparen. Sindsdien is de grote stern nog lang niet hersteld. In goede jaren komen er ongeveer 400 paartjes bij. Het herstel duurt om twee redenen lang. Ten eerste wordt een grote stern pas laat volwassen en legt een paartje niet meer dan twee eieren per jaar. De tweede reden is voedselgebrek. Vooral het instorten van de haringstand rond 1990 kwam hard aan bij de sterns. De broedgebieden van de grote stern zijn van internationaal belang. Daarom is de grote stern beschermd via de Vogelrichtlijn van de EU. Dit betekent dat Nederland extra beschermde gebieden voor de soort moet instellen. Deze gebieden moeten schaars begroeid zijn, vlak langs voedselrijke delen van de kust liggen en niet te vaak verstoord worden door mensen en roofdieren. Er zijn niet veel van zulke gebieden.
grote-sterns-petten-sw.jpg

Verdronken nesten
Buitendijkse gebieden, zoals kwelders, stranden en schaars begroeide eilandjes, zijn belangrijke broedgebieden voor grote sterns. Het nadeel van deze broedplekken is dat ze eens in de zoveel jaar overstromen door stormen en hoogwater. Als dat gebeurt tijdens het broedseizoen dan raken de eieren onderkoeld en verdrinken de jongen die zich nog niet snel genoeg uit de voeten kunnen maken. In zulke jaren kan het gebeuren dat er bijna geen kuikens grootgebracht worden. Een ramp natuurlijk, maar zolang het niet te vaak gebeurt is het voor de soort in zijn geheel niet zo'n probleem. In de volgende jaren komen ze het gemiste jaar wel weer te boven. Nu blijkt echter dat het zeewater de afgelopen tientallen zomers steeds vaker zo hoog komt dat buitendijkse gebieden onder water komen te staan en dan vooral tijdens het broedseizoen. Het ziet er naar uit dat de overstromingsrisico's de komende jaren door de klimaatverandering alleen nog maar verder toenemen. Natuurbeheerders zouden daarom graag meer binnendijkse gebieden geschikt maken voor grote sterns. Op Texel kun je zulke binnendijkse broedgebieden vinden, bijvoorbeeld de Petten bij Den Hoorn en Ottersaat bij Oudeschild.
Verspreiding
Grote sterns overwinteren in Afrika en brengen daar ook hun eerste drie levensjaren door. Veel grote sterns worden in Afrika gevangen en opgegeten. De vogels broeden langs de West-Europese kusten en op een paar plaatsen in het Middellandse-Zeegebied en aan de Zwarte Zee. Ook in Noord- en Midden-Amerika komen grote sterns voor. In Neder land vind je grote sterns in de zomer langs de kust.
k-grote-stern-NL.jpg

Kolonies in Nederland
Er is een aantal grote kolonies van grote sterns in Nederland: de grootste drie zijn op Griend , de Hompelvoet (Grevelingenmeer) en de Hooge Platen (Zeeland). Daarnaast zijn nieuwe kolonies ontstaan op Schiermonnikoog, Ameland, Rottumerplaat en Texel. Ook het oostelijk deel van Terschelling, de Boschplaat, is een populaire broedplaats. De aantallen in de verschillende kolonies wisselen sterk van jaar tot jaar.