
De Groene Pollen is een prachtig weiland, midden in de bossen ten noordoosten van Doodemanskisten. Het gebied ligt in een eeuwenoud duingebied.
Ten westen van West-Terschelling, tussen de oude hoge duinen die het dorp beschermen tegen de westerstormen en de jonge duinen op de Noordsvaarder, ligt het Groene Strand. Vroeger was het een kweldergebied.
Loopduinen van de Groene pollen
Bij de Groene Pollen is er sprake van secundaire duinvorming. Dat is eigenlijk tweedehands duinvorming. Door aantasten van de plantengroei vanwege teveel begrazing kreeg de wind vat op de bestaande duinen, en heeft het zand opnieuw doen verstuiven. In het ergste geval kan een duin zich helemaal gaan verplaatsen onder invloed van de wind. Het zijn dan zogenaamde loopduinen.
Hier waren zulke loopduinen en ze liepen langzaam naar het noordoosten. Achter zo'n loopduin ontstaat altijd een loopduinvlakte, waar vaak nog wat kleine zandhopen in achter blijven. Zulke zandhopen worden op Terschelling aangeduid met de naam pôllen. Eenmaal begroeid werd het dus Griene Pôllen. Op een loopduinvlakte is het zand weggeblazen tot grondwaterniveau. Nat zand stuift immers niet. Daardoor zijn zulke vlaktes altijd nogal vochtig. Het was destijds een toernooiplaats van de kemphaan. Deze vogel is nu zo goed als verdwenen van het eiland. Voor de bosaanplant werd het gebied eerst ontwaterd. Daardoor werden de valleien droger, zodat ze konden worden beplant met bomen.
Ontstaan en ontwikkeling van het Groene strand
Eerst lag hier een strandvlakte. De zeereep liep op dat moment van West-Terschelling, achter het Griltjeplak langs naar paal 8. Daarachter lag los van het eiland een grote zandbank, de Noordsvaarder. In 1866 groeide deze zandplaat vast aan het strand van Terschelling. Evenwijdig aan de oude zeereep ontstond een nieuwe rij duintjes. Daar tussen lag een smalle vallei, die zuidwaarts uitliep in een geul. De zee had er bij extreem hoog water nog wel toegang. Het werd een kweldergebied: het Groene Strand.
sbb.jpg

Toen Staatsbosbeheer begon met het ontwateren van de duinen ten behoeve van dennenaanplant, is tussen de geul van het Groene Strand en het Griltjeplak een dam gelegd, de Weeversdam. De zee had nog toegang tot het Groene Strand. Dwars door het gebied werd een dijkje aangelegd, waardoor de zilte invloed in het noordelijke deel verdween. Het was lange tijd in gebruik als grasland. In het zuidelijke deel was de zilte invloed nog merkbaar. In 1955 legde Rijkswaterstaat een dijkje met duiker aan om de zee uit het gebied te houden.
Het Groene strand nu
In 1996 zijn de dijkjes weer afgegraven. Het hele gebied ligt weer open voor de zee. Het Groene Strand is nu zo'n anderhalve kilometer lang en twintig hectare groot. Er ligt een parkeerterrein bij, en een 2,5 kilometer lang rolstoelpad richting de Noordsvaarder.
In de 19e eeuw kwam hier een bijzondere plantengroei voor met brakwater-moerasplanten. Nu de oude situatie is hersteld is de verwachting dat deze zeldzame plantengroei zich ook zal herstellen. Het gaat om soorten als borstelbies, dwergbloem, dwergvlas en draadgentiaan.
Door het polderachtige karakter van het Groene Strand broeden er kievit, watersnip en tureluur. Andere vogels die er broeden zijn de tapuit en de veldleeuwerik.