
Op de Boschplaat op Terschelling zijn uitgebreide kweldervlaktes te vinden, die zich ook nog uitbreiden. De planten houden het aangevoerde slib vast, waardoor de kwelders steeds hoger worden en boven gemiddeld hoogwater uitkomen. Aan de zuidkant van Terschelling liggen verder nog een paar kleine kweldertjes langs de dijk, zoals bij Stryp.
Het begin
pcd-zeekraal-sd.jpg

Rond het jaar 1000 jaar bestond Terschelling aan de noordkant uit duinen en aan de zuidkant uit kwelders. Die lagen op de overgangszone naar het waddengebied.
Op plaatsen waar de wadplaten hoog genoeg zijn en slib bezinkt kunnen de eerste kwelderplanten zich vestigen. Dan verschijnen voorzichtig de eerste pioniersplanten: zeekraal en Engels slijkgras. Ze worden nog regelmatig overspoeld met zeewater. Deze pioniersplanten leggen het slib vast waardoor de kwelder versneld hoger groeit. En daardoor kunnen andere planten zich op de kwelder gaan vestigen.
Groei van een kwelder
Als zeekraal en Engels slijkgras hebben gezorgd voor kweldergrond die niet al te vaak meer onder water komt te staan, verschijnt het kweldergras. Ook dit gras is een echte slibvanger. Rond hoogwaterniveau vormt het kweldergras dichte pakketten. Daarbij verschijnen nog meer plantensoorten, zoals zeeweegbree en schorrenzoutgras.
Het zeewater dat met eb terugstroomt legt in de kwelder een slenkenpatroon aan. Naarmate de kwelder hoger wordt verandert de plantengroei weer. De zilte rus verschijnt als opvolgster van het kweldergras. Ook deze plant maakt een dicht tapijt op de bodem. De bodem wordt droger en steviger.
De mens
fitis-terschelling-kwelder-2-sd.jpg

Aan het begin van de Middeleeuwen lagen er grote, ongbedijkte kweldervelden aan de zuidkant van het eiland. Tussen die kwelders en de kust van het Friesland lag een vrij hoog wad. Je kon met laagwater met vrouw, kinderen, huisraad en vee naar Terschelling lopen. De uitgestrekte kwelders werden gebruikt als grasland.
Rond 1200 brak er een periode aan met grote stormen. Hele kweldervlaktes sloegen weg. De eilanders zagen de overstromingen met lede ogen aan. Goed grasland verdween of werd verpest.
Om het gebied te beschermen werden de resterende stukken kwelder bedijkt. Die dijken waren een stuk lager en zwakker dan onze huidige deltadijken, en braken vaak door als er weer eens een storm huis hield.
Soorten kwelders
Er bestaan verschillende soorten kwelders. De bovengenoemde kwelders zijn gevormd door een groeiende laag slib tegen de kust. Het zijn 'dijkkwelders'. Door inpoldering zijn kleirijke polders ontstaan. De Boschplaat is anders ontstaan. Dat was aanvankelijk een grote zandplaat. Na aanleg van de stuifdijk in de jaren dertig van de vorige eeuw, ontstond achter de dijk een grote kweldervlakte. Alleen de Waddenzee kan bij extreem hoogwater het gebied overspoelen.
Wat nog rest
fityis-terschelling-kwelder-sd_01.jpg
