Overslaan en naar de inhoud gaan

Waterplakken

Rondom Midsland aan Zee ligt een secundair duingebied met natte duinvalleien en paraboolduinen. Zo'n natte duinvallei wordt op Terschelling een 'plak' genoemd. Hier zijn te vinden: de Badhuiskuil, het Waterplak en het Stenneplak. Verder zijn er nog de Douwkesplak, Griltjeplak en Studentenplak.

Douwkesplak

Het Douwkes Plak ligt ten oosten van het Hoornse Bos. Dit uitgebreid plak (een vochtige duinvallei) was vroeger begroeid met ruige heide. Er liepen schapen en geiten aan touw ('aan de roop' op z'n eilanders), die de heide in stand hielden. De eigenaar was Douwke Hek, vandaar de naam. Omdat dit plak een geschikte plek is voor cranberries, is het na de Tweede Wereldoorlog geploegd en ingezaaid met de bekende bessen. Het is nu dus een echt 'bessenplak'.

Griltjeplak

gril.jpg

Griltjeplak | © Foto Fitis, Sytske Dijksen

Ten noorden van de bossen van West-Terschelling ligt het Griltjeplak. Het is een grote natte duinvallei. Het is een onderdeel van de Noordsvaarder. Omdat het een eigen ontwikkeling heeft doorgemaakt besteden we er apart aandacht aan.

Griltjeplak is dus de vallei van het strandpleviertje. Een strandplevier is een broedvogel van kale strandvlaktes. Vroeger is het Griltjeplak zo'n strandvlakte geweest. Het is een primaire duinvallei, die is ontstaan toen een nieuwe zeereep het gebied afsloot van de zee. Nu is het Griltjeplak begroeid, en de strandplevier broedt er al lang niet meer. Alleen de naam herinnert nog aan het vogeltje.

Studentenplak

skylge-jpcranbe.jpg

Cranberry, ook wel lepeltjesheide of veenbes | © Ecomare

Oorspronkelijk was het Studentenplak een natte duinvallei. In 1868 ontdekte Holkema, student biologie, hier voor het eerst de cranberry, ook wel Amerikaanse veenbes of lepeltjesheide genoemd. Op Terschelling is daarna een hele cranberry-cultuur ontstaan.

De naam is een verwijzing naar de student die als eerste de veenbessen vond: In 1868 komt er een zekere Holkema, student biologie, naar Terschelling om de plantengroei van de Nederlandse Noordzee-eilanden te bestuderen. Hij heeft vrij veel belangstelling voor dit stukje. Het is nog vrij gaaf gebleven en het bestuderen waard. Vanwege die belangstelling werd de duinvallei Studentenplak genoemd. Hier vond Holkema als eerste cranberries.

Ook zit er een ouder volksverhaal vast aan de ontdekking van de veenbes, met in de hoofdrol een strandjutter:

Het is een stormachtige novembernacht in de 19e eeuw wanneer Pieter-Sipkes Cupido het warme echtelijke bed verruilt voor de striemende regen op het strand. Turend en duwend tegen de storm loopt hij van paal tot paal langs het strand. Zijn ogen hebben moeite met de regen. Er beweegt iets in de branding. Minuten lijken uren, dan spoelt het voorwerp aan. Het blijkt een fors vat, volledig intact en zwaar. Pieters verwachtingen zijn hoog gespannen. Sterke drank werd toen nog in dit soort vaten vervoerd. Met alle kracht duwt hij de ton over het strand en over de eerste duinenrij. Al die inspanning vraagt om een beloning, vindt Pieter. Zijn verkleumde vingers wrikken aan de plug van het vat. Een hartversterkertje zal er best ingaan. In het eerste ochtendgloren ziet Pieter verbaasd een handje rode bessen in het zand rollen. Verbazing wordt woede. Hij had er meer van verwacht. In drift krijgt het vat een ferme schop met de klomp en het barst. De bessen vliegen in het rond. Mokkend gaat Pieter huiswaarts, onvoldaan. Dan landen enkele vogels bij het vat. Zij doen zich te goed aan de bessen en poepen de pitten elders op het eiland weer uit... De eilanders noemden de cranberries vroeger 'Pieter Sipkesbeien': een duidelijke aanwijzing dat de overlevering een kern van waarheid heeft. De zaden vonden in het Studentenplak een plek waar ze konden kiemen en uitgroeien: kalkloze, zure grond met een wisselende waterstand, 's winters en in het voorjaar onder water, 's zomers met het grondwater vlakbij. Omdat veel duinvalleien dezelfde omstandigheden hadden kon het plantje zich snel uitbreiden.

CC-BY-NC, Ecomare & VLIZ 2020 - Laatst bijgewerkt: