De grote kunst van sleepnetvisserij is het openhouden van het net. In de boomkorvisserij gebeurt dit met een stalen pijp, in de bordenvisserij zorgen de scheerborden voor een wijde opening. In de spanvisserij werken twee kotters samen: de schepen trekken het net samen voort en houden het open door op een vaste afstand van elkaar te blijven varen. Deze techniek werd toegepast door kotters die op de Noordzee op rondvis visten, zoals haring, kabeljauw, wijting, koolvis, schelvis en makreel.
Het laatste span
Voor Nederland kwam in 2005 een eind aan deze visserij met de sanering van het laatste rondvisspan van de schepen KW-137 en KW-173. In de visserij wordt voor spanvisserij de term 'twin trawling' gebruikt, niet te verwarren met twinrigging waarbij één schip op een speciale manier twee netten sleept.
spanvisserij 2.jpg

© Ecomare
CC-BY-NC, Ecomare & VLIZ 2020 - Laatst bijgewerkt: