
Oorzaken van olielozingen
Olie komt in het water terecht wanneer schepen hun tanks schoonspoelen en door het lozen van vervuild ballastwater. Vroeger mochten schepen buiten de twaalfmijlszone hun tanks met zeewater spoelen. Hierdoor kwam jaarlijks tussen de 1000 en de 1500 ton olie legaal in zee terecht. Ook mochten boorplatforms oliehoudende boorspoelingen in zee laten lopen. Olievervuiling door ongelukken komt veel minder voor. Tegenwoordig zijn er strenge regels. De Noordzee is volgens het MARPOL-verdrag een 'bijzonder gebied', waar olielozingen verboden zijn. Schepen moeten hun afval bij Haven Ontvangst Intallaties (HOIs) afgeven. Er zijn echter nog steeds kapiteins die tijdens stormen en op feestdagen, wanneer de controle niet scherp is, olie in zee laten lopen. Dat doen ze omdat het afgeven van het afval geld kost. Stichting De Noordzee pleit er voor om het afgeven van afval bij havens 'gratis' te maken, door het havengeld een paar procent te verhogen.Bepaalde grote vrachtschepen mogen nog wel olieresten overboord zetten, mits deze zeer sterk verdund zijn. In het Besluit voorkoming olieverontreiniging door schepen staan de precieze voorwaarden. Om ongelukken te voorkomen moeten nieuwe olietankers tegenwoordig een dubbelwandige scheepshuid hebben.
k-olievlekkenned.jpg

Gevolgen van olielozingen
Tot enkele jaren geleden vond je vaak vogels die besmeurd waren met olie op het strand. Zonder hulp waren deze vogels reddeloos verloren. De olie maakt hun verenpak lek. Onderkoeling en de dood volgen. Een groep vogelliefhebbers telt deze slachtoffers al jarenlang, door elke twee weken langs een groot deel van de Nederlandse kust te lopen. Door het nieuwe beleid is het aantal slachtoffers drastisch gedaald. Alleen na grote ongelukken met olietankers of schepen die zinken worden nog wel eens grote groepen vogels onder de olie bedolven.
Olielozingen door schepen
Voordat het lozingsverbod in 1999 werd ingesteld, was het voor schepen toegestaan om buiten de twaalfmijlszone hun tanks schoon te spoelen met zeewater, waardoor er jaarlijks tussen de 1000 en 1500 ton olie legaal werd geloosd. Omdat de Noordzee nu de status van 'bijzonder gebied' heeft volgens het MARPOL-verdrag, is olielozen verboden, ook voor buitenlandse schepen. Alleen schepen met een tonnage kleiner dan 400 ton die geen olietankers zijn, mogen lozen als het onverdunde mengsel niet meer dan 15 ppm (parts per million) olie bevat. Voor olietankers gelden andere regels. Tegenwoordig moet de olie in de haven afgegeven worden bij de haven-ontvangstinstallaties. Omdat dit geld kost, vinden er toch nog veel illegale lozingen plaats. Toch is het de laatste jaren wel minder geworden.
Gemelde lozingen op het Nederlandse deel van de Noordzee
Het aantal waargenomen olielozingen per jaar is gedaald van meer dan 600 in de jaren negentig tot ongeveer 300 tegenwoordig. Terwijl het toen om ongeveer 160 kubieke meter geloosde olie ging, gaat het nu om ongeveer 50 kubieke meter. De samenstelling van de olie is meestal niet bekend. De meeste waarnemingen worden gedaan door het patrouillevliegtuig van de Kustwacht, die deze taak van Directie Noordzee heeft overgenomen.Het was lange tijd goedkoper om olie op zee te lozen en af en toe een kleine boete te betalen. Maar vanaf 2005 gelden in de EU veel hogere boetes voor olielozingen, maximaal 1,5 miljoen euro. Daadwerkelijk opgelegde boetes variëren van 2000 tot 1.000.000 euro voor koopvaardijschepen en van 3000 tot 25.000 euro voor plezierboten en vissersvaartuigen.
Olierampen op zee
Ongelukken met olietankers, zoals dat met de Prestige voor de kust van Spanje, veroorzaken slechts een fractie van de totale hoeveelheid olie in zee. Maar de gevolgen voor de kust zijn vaak rampzalig. Het duurt jaren voor de natuur zich herstelt en soms gebeurt dat helemaal niet meer. Om dergelijke rampen te voorkomen, moeten nieuwe olietankers dubbelwandig zijn gebouwd. Vanaf 2010 mogen er geen enkelwandige schepen meer in de Europese zeeën varen. Verder moeten zeegaande tankers die ouder zijn dan vijftien jaar regelmatig gecontroleerd worden.
Lozen olie door boorplatforms
Naast de scheepvaart waren ook de offshore activiteiten een belangrijke olielozer (booreilanden). Het ging dan vooral om oliehoudend boorgruis en oliehoudende boorspoeling. De lozing van olie via het boorgruis is vrijwel voorbij. Sinds 1993 geldt een verbod op de lozing van oliehoudend boorgruis.
Havenontvangstinstallaties
Goede havenontvangstvoorzieningen (HOI's) voor afvalstoffen van de scheepvaart zijn noodzakelijk als men de legale en illegale lozingen op de Noordzee wil terugdringen. In Nederland zijn op grond van de Wet Voorkoming Verontreiniging door Scheepvaart 35 zeehavens aangewezen die dienen te voorzien in voldoende ontvangstvoorzieningen voor afvalstoffen van de scheepvaart. Alle aangewezen zeehavens behoren te beschikken over ontvangstvoorzieningen voor olie, afkomstig uit machinekamer of als ladingrestant en scheepsvuilnis (inclusief klein chemisch afval). Acht van deze havens dienen tevens te beschikken over voorzieningen voor de ontvangst van restanten van door chemicaliëntankers in bulk vervoerde vloeibare schadelijke stoffen.
Plantaardige olie
Lozingen van plantaardige olieproducten zijn voor het zeeleven even slecht als de lozing van minerale olie. Vogels die besmeurd raken met bijvoorbeeld palmolie zijn net zo kwetsbaar als andere olieslachtoffers. Er is echter nog een extra risico verboden aan deze lozingen: vaak worden olietanks gereinigd met oplosmiddelen die giftig zijn. De giftigste is nonylfenol. Het lozen van deze stof is dan ook streng verboden.
Paraffine
Paraffine wordt als bulkstof door tankers vervoerd. Er worden bijvoorbeeld kaarsen van gemaakt. Bij het schoonmaken van de schepen kunnen restanten achterblijven die overboord worden gezet. Ook is paraffine een bestanddeel van ruwe olie, dat zich in de tankers en op boorplatforms kan afzetten op de wanden van tanks en in pompslangen. Bij het schoonmaken komt de paraffine, vaak samen met het giftige oplos- of schoonmaakmiddel, in zee terecht.Zeevogels worden het slachtoffer van de paraffinelozingen. Wat er gebeurt lijkt op de schade door minerale olie. Het verenpakket verkleeft, zodat het koude zeewater bij de huid kan komen. De vogels kunnen nauwelijks meer drijven. Ze sterven aan uitputting of onderkoeling.De afgelopen jaren hebben zich diverse rampen met paraffine voorgedaan. In 2007 spoelde 4 kubieke meter paraffine aan, van Egmond tot en met Texel. De kust tussen Zandvoort en Petten raakte in 2000 vervuild door een lozing van paraffine en zware stookolie. In 1998 raakte het strand van Goeree ernstig vervuild met paraffine. Begin 1995 spoelden op de kust van Texel, Vlieland en Ameland gele balletjes stinkend vet aan. Ze leken voor het milieu niet schadelijk. Alleen op Vlieland zijn ze direct door Rijkswaterstaat opgeruimd. Op het strand van Ameland spoelden enkele dagen later tientallen dode vogels aan, die bezweken waren aan inwendige ontstekingen na het inslikken van een paraffine-achtige stof.Sinds 2004 staat paraffine op de lijst van milieugevaarlijke stoffen van de Internationale Maritieme Organisatie (de zogenaamde Y-categorie uit het MARPOL-verdrag). De stof mag alleen worden vervoerd in dubbelwandige tankers. Maar paraffine staat nog niet op de lijst van stoffen waarvoor een algemeen lozingsverbod geldt (de X-categorie).