
Volgens een VN-verdrag uit 1982 mogen kuststaten een exclusief economische zone (EEZ) instellen die zich uitstrekt tot 200 mijl buiten de kust, gerekend vanaf de laagwaterlijn. Binnen deze zone heeft een land niet de volledige zeggenschap, maar wel een aantal soevereine rechten, bijvoorbeeld het recht op exploitatie van natuurlijke bronnen, zoals vis en delfstoffen, het recht op bouw en gebruik van kunstmatige eilanden en het recht op wetenschappelijk onderzoek. In 1990 beschikten 74 landen over een exclusieve economische zone en 22 landen over een exclusieve zone voor de visserij. In 2000 verkreeg het Nederlandse deel van de Noordzee de EEZ-status.
Beheer en onderzoek
Een land dat een EEZ instelt, is op grond van het VN-verdrag van 1982 verantwoordelijk voor het beheer van de levende natuurlijke rijkdommen in zijn gebied. Het moet op basis van wetenschappelijk onderzoek een inventarisatie maken van het bestand aan vissoorten in zijn zone. Tevens moet het aangeven hoe groot de maximale vangst jaarlijks kan zijn zonder dat er overbevissing optreedt. Die hele hoeveelheid mag het betreffende land zelf oogsten. Is het daartoe niet in staat, dan moet het vissers uit andere landen (eventueel tegen betaling) op zijn visgronden toelaten.
k-ncp.jpg

© Ecomare
CC-BY-NC, Ecomare & VLIZ 2020 - Laatst bijgewerkt: