Overslaan en naar de inhoud gaan

Schol

Schol is waarschijnlijk de bekenste vissoort van de Noordzee. De meeste mensen kennen deze platvis wel, al is het van hun bord. Schol is, naast tong, een van de meest gegeten vissoorten. Schollen hebben opvallende oranje vlekjes op de bovenzijde. Toch kun je ze bijna niet zien liggen als ze zich half in de zeebodem hebben ingegraven. Net als bij de meeste andere platvissen zitten beide ogen aan de rechterkant van het lichaam. Ze zwemmen met een golvende beweging. Daardoor krijgen ze een extra duwtje in de rug van het water dat tegen de zeebodem terugkaatst.

Namen 
la
Pleuronectes platessa
nl
schol
en
plaice
fr
plie
de
Plaice
meer namen
Kenmerken 
afmetingen
tot 100 centimeter, meestal veel kleiner
gewicht
tot 7 kilo, meestal veel minder
kleur
rechterkant grijsbruin met oranje vlekjes, linkerkant grijs
leeftijd
tot 15 jaar
voedsel
wormen, schelpdieren
voortbeweging
zwemmen
vijanden
mensen, zeehonden
voortplanting
geslachtelijk

Hoe gaat het met de schol?

Het aantal volwassen schollen in de Noordzee is de afgelopen tien jaar fors toegenomen. Biologen schatten dat er in 2015 bijna 900 duizend ton schol rondzwom. Dit is het hoogste aantal in de laatste 50 jaar. Dat het zo goed gaat met de schol komt waarschijnlijk vooral door een afname van de visserijdruk door sanering van een deel van de kottervloot. De scholstand lijkt zich daarmee weer te herstellen van de achteruitgang die zich tussen 1987 en 1999 heeft afgespeeld. In 2003 is de veilige visstand voor schol verlaagd van 300 duizend ton tot 230 duizend ton volwassen vis.

Visserij op schol

Schol laat zich op veel manieren vangen. De meeste schol op de Noordzee wordt gevangen met de boomkor met wekkerkettingen. Twinrigging, de pulskor en de zweefkor zijn vangstmethoden die veel minder energie vergen en ook goede scholvangsten tot resultaat kunnen hebben. De Deense kustvloot vangt schol met de ringzegen. Schol is traditioneel een specialiteit voor de grote Urker kottervloot. Het merendeel van de vangst wordt als diepgevroren filet geëxporteerd.

Kinderkamer gezocht

De schol paait in de zuidelijke Noordzee. Na het uitkomen van de eieren worden de larven met de zeestroom meegenomen. De jonge scholletjes komen uiteindelijk terecht in de Waddenzee. Daar profiteren ze van de rijkdom aan bodemdieren op de wadplaten. Ze eten graag van de in- en uitstroombuisjes van schelpdieren, en achterwerken van wadpieren. De laatste tijd worden daar echter steeds minder jonge scholletjes gezien. Nu is het niet zo dat de schol is verdwenen uit de diepere delen van de Noordzee; de laatste jaren zwemmen er juist veel. Het lijkt er dus op dat de jonge schollen andere plekken opzoeken om groot te worden. Onderzoekers denken dat dit aan de temperatuur van het zeewater ligt. Die wordt geleidelijk aan hoger. Waarschijnlijk vinden de jonge scholletjes het tegenwoordig te warm geworden in het kustwater en de Waddenzee en kiezen ze nu voor koeler, dieper water om op te groeien.

 

Jonge scholletjes groeien op in de Waddenzee. Na een paar jaar trekken ze naar de Noordzee. Om deze puber-schol beter te beschermen is in 1989 de scholbox ingesteld. Dit gebied, van ongeveer 40.000 vierkante kilometer ten noorden van de Nederlandse en Duitse Waddeneilanden en ten westen van de Deense Waddeneilanden, is het hele jaar door afgesloten voor boomkorkotters met een vermogen van meer dan 300 pk. Inmiddels is gebleken dat jonge schollen nauwelijks profiteren van deze maatregel, de scholbox staat dan ook ter discussie.

fitis-schol postzegeltje-sd.JPG

Schol juveniel | © Foto Fitis, Sytske Dijksen

Schol eerder volwassen door visserij

In de jaren vijftig van de vorige eeuw werden vrouwtjes schollen geslachtsrijp bij een lengte van 27 tot 41 centimeter, op een leeftijd van 3 tot 7 jaar. Omdat de visserij grote schollen wegvist, hebben de schollen die zich bij een kleine lengte voortplanten meer kans om jongen te krijgen. Daardoor zijn de vrouwtjes-schollen nu al volwassen bij een lengte van 25 tot 37 centimeter.

Verspreiding en leefgebied

De schol komt voor in de kustwateren van Zuidwest- tot Noord-Europa en die van IJsland. Van de schol uit de Noordzee groeit 75% op in de Waddenzee.

kaart-atlant-schol.jpg

Verspreiding schol | © Ecomare, Sherri Huwer

Lange-afstandsreiziger

Schol trekt in strenge winters naar plekken waar het zeewater warm blijft. Een Brits onderzoeksteam heeft rond 1995 schollen gemerkt met elektronische apparaatjes die het trekgedrag registreren. Uit hun gegevens blijkt dat schollen grote afstanden afleggen. Eén schol had binnen 56 dagen een afstand van 900 kilometer afgelegd. Voor dit soort lange reizen maken de schollen gebruik van de getijdenstroom: bij een stroming in de gunstige richting zwemt de schol naar de bovenste waterlagen; bij een ongunstige stroming gaat hij op de bodem liggen.

Oranje schol

In 2012 ving de Zeeuwse viskotter ARM20 in de Noordzee een oranje schol. Een opvallende verschijning in de viskisten op de veiling. Viscontroleur Dirk Torensma die zelf vijftien jaar heeft gevist en nu zesenhalf jaar bij het Productschap Vis werkt, had nooit eerder een oranje schol gezien. Het is dus een zeldzame en opvallende kleurafwijking. Kleurafwijkingen komen wel vaker voor in de natuur. Oranje zit in het ‘kleurenpalet’ van veel vissen. Bij schollen is dat goed te zien aan de oranje vlekken die normaal op hun huid te zien zijn. Soms neemt een van de kleuren uit het palet de overhand. De meeste dieren met een opvallende kleurafwijking redden het niet lang in de natuur. Ze vallen zo op, dat ook roofdieren ze al snel in de smiezen hebben.

Bovenliggende categorieën

CC-BY-NC, Ecomare 2017 - Laatst bijgewerkt: 2016.09.12
Mediagalerij

Scholletjes met schaal | © Ecomare

Schol | © Foto Fitis, Sytske Dijksen