
De natuurlijke kust van Nederland bestaat uit zand en slik. Rotskusten komen hier niet voor, maar de flora van rotskusten wel: die heeft zich gevestigd op de zeedijken, dammen, scheepswrakken en strandhoofden, en bestaat vooral uit wieren. De verdeling van wieren op een dijk is niet willekeurig. Er zijn duidelijk horizontale zones te zien. Ieder niveau tussen laag- en hoogwater wordt gekenmerkt door andere soorten. Op zeedijken groeien ook vaak korstmossen.
Begroeiingszones op dijken
Boven de hoogwaterlijn (de zogenaamde spatzone), en in het bovenste gedeelte van de getijdenzone vindt men vooral groenwieren, zoals darmwier en zeesla en twee bruinwiersoorten: groefwier en kleine zee-eik. Lager in de getijdenzone, tot aan de laagwaterlijn, komen vooral bruinwieren zoals blaaswier en knotswier voor. Ook tref je hier roodwieren aan in de beschutting van de bruinwieren: iers mos en wijnrood korstwier. Vlak onder de laagwaterlijn komt soms een heel soortenrijke zone voor, namelijk die van suiker- en vingerwier. Deze grote bruinwieren van het geslacht Laminaria kunnen enorme wiervelden vormen, de zogeheten kelpwouden. In deze zone groeien verder vele fraaie soorten roodwieren. In Nederland komt deze wierflora zelden voor, omdat dijkvoeten beneden de laagwaterlijn meestal met zand of slib bedekt zijn. In de Oosterschelde, bij Vlissingen, Westkapelle, Den Helder, Texel en Terschelling komt het voor. In Duitsland, bij Helgoland, vallen een paar kleinere kelpwouden te vinden.
De zonering van wieren hangt samen met de kleursamenstelling van het in het water doordringende licht. Licht is opgebouwd uit verschillende kleuren. De zonering wordt bepaald door verschillen in lichtbehoefte en weerstand tegen uitdroging bij de verschillende soorten. Groenwieren hebben rood licht nodig. Aangezien dit slecht doordringt zal men groenwieren alleen op geringe diepte aantreffen. Bruin- en roodwieren kunnen blauw en groen licht gebruiken, en dat licht dringt verder door. Hierdoor kunnen bruin- en roodwieren dieper in het water voorkomen. De laag voorkomende wiersoorten zijn niet zo goed bestand tegen uitdroging als de hoger op de dijk groeiende wieren.
fitis-klein-darmwier3.jpg

Pleisterplaats voor dieren
Wieren spelen een ondergeschikte rol in de voedselketen in zee. Ze zijn letterlijk een randverschijnsel. Wel worden ze door sommige dieren gegeten. Zo worden wiervelden afgegraasd door zee-egels en slakken, zoals de alikruik. Wieren geven ook beschutting aan een uitgebreide gemeenschap krabben en kreeftjes, zee-anemonen, schelpdieren en andere zeedieren. De dikke bruinwier-pakketten beschermen ze bij laag water tegen uitdroging en temperatuurswisselingen.