
Europese afspraken
De belangrijkste EU-regels voor de zeevisserij gaan over het gezamenlijke beheer van de visbestanden. De afgesproken regels staan in het Gemeenschappelijk Visserijbeleid (GBV). Dit beleid kwam in 1983 tot stand en werd in 2002 ingrijpend hervormd, omdat de visbestanden er slecht voorstonden. Het GBV bepaalt hoeveel vis er gevist mag worden en uit hoeveel schepen de vloot van een land mag bestaan. Het doel is om de visbestanden op peil te houden, visgebieden te beschermen, en biologische rijkdommen te behouden op een economisch en sociaal verantwoorde manier. De controle van al deze regels is in veel gevallen ver onder de maat. De gegevens over de vangsten kloppen niet, er is weinig controle op de schepen zelf en vissers die de regels overtreden krijgen geen straf. Daarom zijn er in 2011 verscherpte afspraken over het GVB gemaakt.
Vangstbeperkingen
Elk jaar bepalen de visserijministers van de EU-landen samen hoeveel er van een bepaalde vissoort gevangen mag worden, op basis van de vangstgegevens van de vissers. Dit wordt de Total Allowable Catch (TAC) genoemd. Op basis hiervan bepalen ze de visquota, hoeveel vis er per soort en per land gevangen mag worden. Elk land mag zijn quota zelf onder de vissers verdelen.