Overslaan en naar de inhoud gaan

Bijvangsten

Bijvangsten zijn een groot probleem in de visserij: zo wordt er voor elke kilo platvis nog 0,28 tot 0,55 kilo andere dieren gevangen. Bijvangst wordt weer overboord gezet, maar de meeste dieren overleven het niet. Ook veel zeezoogdieren zijn het onbedoelde slachtoffer van visserij. Zo vinden wereldwijd dagelijks bijna 1000 walvissen, dolfijnen en bruinvissen de dood in netten en vistuig. Technische maatregelen moeten deze problemen oplossen. Daarnaast bepaalt het Europees beleid dat de vissers met ingang van 2015 veel bijvangst aan land moeten brengen.

Wat te doen met de bijvangst?

De aanlandplicht voor bijvangst betekent een enorm verhoogde aanvoer van ondermaatse of niet-marktwaardige vis. IMARES berekent dat er 50.000 ton ondermaatse platvis zal worden aangevoerd. Er zijn verschillende plannen om daar toch nog een economische waarde aan toe te voegen. De vis kan verwerkt worden tot veevoer, tot energiedrager, tot fosfaat-meststof of tot grondstoffen voor de farmaceutische en cosmetische industrie.

Bijvangst door platvisvisserij

De platvisvissers halen nogal wat bijvangst naar boven. Het gaat om kabeljauw, schar, poon, haaien en roggen, en om ondermaatse tong en schol. Verder zijn er ook zeesterren en schelpdieren bij. Met de traditionele boomkor met wekkerkettingen was er veel bijvangst. Er zijn twee soorten bijvangst: verhandelbare vis waar niet gericht op gevist werd en de discards, dat is de bijvangst die na het sorteren overboord gaat. Greenpeace schat dat er in de boomkorvisserij per kilo platvis 2 tot 6 kilo ongewenste bodemdieren en vissen mee naar boven komen, IMARES schat per kilo platvis gemiddeld 0,45 kilo bijvangst.Bij de moderne methoden van platvisvisserij, zoals de pulsvisserij, is de bijvangst aan ongewervelde bodemdieren lager dan met de boomkor. Kabeljauw, rog en haai worden nog wel meegevangen.

Verbod op teruggooi

Vanaf 2015 geldt in heel Europa een aanlandplicht voor de vrij in het water levende soorten waar een vangstbeperking voor geldt. Dan moeten de vissers ook de ondermaatse vis aan land brengen. De onverkoopbare vis wordt tot vismeel verwerkt. Vanaf 2016 geldt de aanlandplicht ook voor bodemvis, eerst voor de soorten waar gericht op wordt gevist. Vanaf 2019 moeten de bodemvissers alle gequoteerde soorten, hoe klein dan ook, aan land brengen. De beleidsmakers willen daarmee bereiken dat er niet meer wordt gevangen dan strikt is toegestaan. Maar de vissers protesteren sterk tegen deze maatregel, vooral omdat ze de per ongeluk gevangen jonge vis niet meer mogen terugzetten. "Dat is onze toekomst, die nu gaat verdwijnen in het vismeel". De aanlandplicht geldt niet voor ongequoteerde soorten, zoals garnalen en rode poon. Ook bijgevangen bodemdieren mogen weer overboord. Voor een aantal soorten zeldzame roggen en haaien geldt zelfs een aanlandverbod.

Bijvangst van bruinvissen

Ongeveer de helft van alle in Nederland aangespoelde bruinvissen heeft de verdrinkingsdood gevonden in visnetten. Grote boosdoener is de staandwantvisserij, en dan vooral de warnetvisserij, die grote mazen combineert met kleinere. De bruinvissen blijven in de grote mazen steken.

Pingers om zeezoogdieren te waarschuwen

Pingers zijn apparaatjes die een geluidssignaal afgeven dat dolfijnen, bruinvissen en zeehonden moet afschrikken. In theorie zouden deze apparaatjes veel bijvangst kunnen voorkomen, maar in de praktijk zijn er veel haken en ogen. In de beginjaren hadden- vooral grijze- zeehonden snel door dat er in de buurt van die piepertjes lekkere vis te halen viel. De nieuwe generatie pingers maakt geluid dat niet meer hoorbaar is voor zeehonden. Maar ook bruinvissen leren snel. Er wordt nog veel onderzoek gedaan naar de beste manier om deze techniek in te zetten.

CC-BY-NC, Ecomare & VLIZ 2020 - Laatst bijgewerkt:

Bovenliggende categorieën