

Broeden onder barre omstandigheden
Het grootbrengen van jongen op de barre toendra valt nog niet mee. De rotganzen zijn voor succes zelfs afhankelijk van de aantallen lemmingen in het broedgebied. Wanneer er weinig van deze knaagdiertjes op de toendra zijn, gaan de poolvossen namelijk op jonge rotganzen jagen. De ganzen kunnen dan alleen met succes op vos-loze eilandjes broeden. Andere slimme ganzen zoeken de nabijheid van sneeuwuilen. Die houden de vossen op afstand, maar pakken ook wel rotganzenkuikens. Toch heeft de open toendra ook voordelen voor de ganzen; in de poolzomer gaat de zon niet onder. Hierdoor kunnen ze roofdieren van grote afstand zien aankomen.
Trekken en grazen
Rotganzen eten planten. In Nederland aten ze tot ongeveer 1935 vooral zeegras dat toen nog overal op de ondiepe wadplaten groeide. Ook op de kwelders konden ze terecht. Maar het zeegras verdween door een ziekte, en veel kwelders werden ingepolderd. Daarom zijn de rotganzen uitgeweken naar boerenland waar ze zich, tot ongenoegen van de boeren, te goed doen aan de landbouwgewassen. Om hun trektocht van 4.500 kilometer vol te kunnen houden, moeten ze behoorlijk grazen. Als de lente koud is zitten er veel eiwitten in planten en kunnen de ganzen snel lekker dik worden. Maar in warme lentes gaan de eiwitten op aan de snelle groei van de planten en komen de ganzen moeilijk op gewicht. Dan komen ze in slechte conditie aan in Siberië en worden er maar weinig jongen geboren.
terschelling-rotganzen-49-pl.jpg

Verspreiding en leefgebied
In de zomer broeden rotganzen in West-Siberië, ze overwinteren in West-Europa. In Nederland leven tussen april en mei maximaal 93.000 rotganzen.
Bescherming
- Signalering:Netwerk ecologische monitoring
- Nederland: Lijst van doelsoorten
- Nederland: Flora en Faunawet
- Europa: Vogelrichtlijn
- Internationaal: AEWA (bescherming trekvogels), Conventie van Bern, Conventie van Bonn