Overslaan en naar de inhoud gaan

Zeekraal

Zeekraal is, als uitgesproken zoutplant, de pioniersplant van de kwelders. Hij kan groeien op slikkige platen die met elk hoogwater worden overstroomd. De zeekraalplantjes versterken het opslibben en zorgt er zo voor dat de kwelder hoger en droger wordt. Omdat zeekraal goed tegen zout in de bodem kan en lekker smaakt, wordt hij als zilte zeegroente geteeld op gronden met zout of brak grondwater. Hoewel zeekraal heel goed groeit op zoute grond kan hij alleen ontkiemen met de hulp van zoet regenwater. In Nederland groeien twee soorten zeekraal, die veel op elkaar lijken: langarige en kortarige zeekraal. Het is niet zeker of dit echt verschillende soorten zijn, of varianten van één soort. Zeekraal komt over de hele wereld voor.

Namen 
la
Salicornia procumbens, S. europaea
nl
langarige zeekraal, kortarige zeekraal
en
saltwort (long-spiked), glasswort (short-spiked)
fr
salicorne procumbens, salicorne d'Europe
de
Sandwatt-Queller (langähriger), Queller (kurzähriger)
meer namen
Kenmerken 
afmetingen
langarige: 2 tot 40 centimeter; kortarige: 5 tot 30 centimeter
kleur
bloem: geelachtig; plant: dofgroen
bloeitijd
juli tot en met oktober
bestuiving
zelf- en kruisbestuiving door wind en insecten
voortplanting
zaad verspreid door de wind of water
levensduur
eenjarig

Zoutplant bij uitstek

fitis-zeekraal-hors-sd.jpg

Zeekraal | © Foto Fitis, © Sytske Dijksen

Zeekraal verdraagt zout water. Sterker nog, de plant heeft zout nodig. De wortels nemen zout op dat in de bladeren wordt bewaard. Maar er zijn grenzen. Als er te veel zout in het zeekraalplantje is opgenomen groeit het niet meer. Daarom houdt het ook zo veel mogelijk zoet water vast. De blaadjes van zeekraal zijn dik en vlezig, net als die van vetplanten. Bovendien zijn ze klein en hebben weinig oppervlak. Daardoor verdampt er zo weinig mogelijk water. De wortels worden beschermd door een zuurstoflaagje. Dat zorgt ervoor dat er geen schadelijke metalen en teveel zout wordt opgenomen. Als er toch te veel zout in de plant is terechtgekomen gaat het naar de onderste bladeren. Die sterven dan af. Zo komt het dat de onderste bladeren vaak rood of geel zijn, terwijl de bovenste delen van zeekraal nog fris groen zijn. Schorrenkruid lost een zoutoverschot ook op die manier op.

Twee ondersoorten

fitis-zeekraal-1-sd.jpg

Langarige zeekraal | © Foto Fitis, Sytske Dijksen

Bij ons komen er twee soorten zeekraal voor. Kortarige zeekraal groeit vooral op binnendijkse zilte terreinen. Als het aan de zeekant groeit, is dat altijd op de wat hogere plekken, niet in het slik. Langarige zeekraal vind je juist vooral in het slikkige deel.

Langarige zeekraal wordt verdrongen door Engels slijkgras. In de 20e eeuw is dat aangeplant om ervoor te zorgen dat kwelders sneeler aangroeiden. Maar de plant verspreidde zich al te snel en wordt nu beschouwd als een soort 'wadden-onkruid'.

Naam

fitis-zeekraal-8-sd.jpg

Zeekraal | © Foto Fitis, Sytske Dijksen
CC-BY-NC, Ecomare & VLIZ 2020 - Laatst bijgewerkt: 2018.08.08