
Het strand van Schiermonnikoog is een van de breedste van Europa. En het is zeker het breedste van alle Nederlandse waddeneilanden. Dit komt omdat de zee hier niet zo diep is. Daardoor kunnen er vaak zandbanken aan het eiland vastgroeien. Ook nu ligt er weer een zandbank bij de vuurtoren. Op die zandbank zijn regelmatig tientallen zeehonden te zien.
Breedste strand van Nederland
gruun.jpg

In de loop der tijd hebben er geregeld zandbanken voor de kust van Schiermonnikoog gelegen. Ook nu is dit het geval. De bank voorkomt dat er zware golfslag op het strand komt. Hierdoor worden jonge duintjes, die in de zomer ontstaan, in de winter niet weggeslagen. Als er dan zeewater over het strand spoelt breken de duintjes de snelheid. In plaats van zand wordt er dan slib afgezet. Regenwater zakt door dat slib niet in de bodem. Hierdoor ligt er vaak zoet water op het strand. En dan komt er algengroei, en al snel ook hogere planten, zoals zeekraal en melkkruid. Het wordt een groen strand. De ontwikkelingen gaan de laatste jaren snel. Ieder jaar groeit de plantenlijst: Strandduizendguldenkruid, sierlijk vetmuur, lisdodde en kattenstaart. Er broeden kieviten. Het zandstrand is nu maar een smalle strook langs de zee. Sommige eilanders en toeristen vinden het groene strand maar niks. Anderen volgen geboeid het natuurlijke proces dat zich hier afspeelt.
Het groene strand en het groenglop
glop.jpg

Rond 1955 kwam er vanuit de Noordzee een nieuwe geul in de richting van de vuurtoren. Deze geul zorgde vlak voor de duinen voor ondiep water en vocht in het zand. Er kwam humusrijke grond vrij waardoor er planten gingen groeien. En zo werd het het Groene Strand. Het leek meer op een kwelder dan op een normaal strand.
De geul zorgde voor een 'deuk' in de duinen. Dat probleem werd opgelost door het storten van puin in de geul. Daardoor slibde hij dicht. In 1972 heeft Rijkswaterstaat langs het Groene Strand een stuifdijk aangelegd. Het gebied werd op die manier afgesneden van de rest van het strand. Het werd een natte duinvallei met moeraswespenorchis, parnassia, waterpunge en rond wintergroen.
Het groenglop was vroeger de overgang tussen duinen en kwelder. Vroeger waren hier ook duinen, maar deze zijn afgegraven. Het zand is in 1860 gebruikt bij de aanleg van de dijk rond de polder. Het glop is eeuwen lang gebruikt als weiland en voor akkerbouw.
In de jaren tachtig van de 20e eeuw groeiden er steeds meer kleine boompjes, zoals kruipwilg en berk. Hierdoor hadden zeldzame planten meer moeite met groeien en bloeien. In 1991 begon men met begrazing door jonge koeien. Dat ging niet zo goed. Nu lopen er Soay-schapen, die de verruiging moeten tegengaan. Sinds 1972 staat in het Groenglop een weerstation van de Vrije Universiteit Amsterdam.