
De dwergstern is de kleinste onder de Europese sterns, maar het is wel een dapper vogeltje. Ze broeden het liefst op plaatsen waar andere vogels het niet aandurven. Op deze manier hebben ze geen last van concurrenten. Vaak leggen ze hun eieren in niet meer dan een kuiltje in het zand. Door de risicovolle plaatsen van de kolonies komt het voor dat de eieren wegspoelen bij hoog water of dat de kuikens verkleumen door gebrek aan beschutting. Omdat de vogels in kleine kolonies broeden, spreiden ze de risico's.

Tot de jaren zestig van de vorige eeuw waren er in Nederland 1000 broedparen van de dwergstern. Maar door de Deltawerken, de uitbreiding van de haven van Rotterdam en de opkomst van de massale strandrecreatie werden rustige broedgebieden zeldzaam. In 1970 waren er nog maar 100 broedparen. In 1993 startte Vogelbescherming Nederland 'Actieplan Dwergstern'. Er werden stukken strand in de broedtijd afgesloten voor de dwergsterns. Doel was minimaal 600 broedparen in Nederland. Dat is aardig gelukt. In 2008 telden de broedpopulatie in Nederland 850 paren, waarvan meer dan 50% in het deltagebied.