Overslaan en naar de inhoud gaan

Bossen op Schiermonnikoog

Op Schiermonnikoog staan zowel naaldbossen als loofbossen. De naaldbossen zijn al bijna 100 jaar oud. Ze zijn rond 1915 geplant in opdracht van de eigenaar van het eiland in die tijd, Graaf Von Bernstorff. Dit deed hij omdat de wind teveel zand uit de duinen wegblies. Onder de bomen bleef het zand liggen. De bomen hielden de bodem vast en de wind werd gebroken. In de luwte van het naaldbos groeiden steeds meer loofbomen zoals elzen en berken.

Naar gemengd bos

Omdat de ondergroei van het naaldbos niet erg rijk is en naaldbomen bovendien veel water verbruiken, streeft Natuurmonumenten nu naar een meer gevarieerd, gemengd bos. De noordrand van het naaldbos is interessant. Er komen bijzondere vogels (sijs en barmsijs), planten (stekende wolfsklauw en kleine keverorchis) en paddenstoelen (koperrode spijkerzwam en papilrussula) voor. Sommige van deze soorten zijn bekend van de Scandinavische dennenbossen.

Geschiedenis

De familie Bernstorff liet in 1912 en 1919 naaldbomen en enkele loofbomen aanplanten. Dit om verstuivende duinen tegen te gaan en om te kappen en verkopen. De bossen werden aangelegd op twee plaatsen. Men spreekt daarom meestal van de Eerste Dennen, dichtbij het dorp, en de Tweede Dennen, vlak bij het strand. Men plantte vooral de oostenrijkse en de corsicaanse den, maar ook zeeden en grove den. Maar door de slechte grond en de harde wind groeiden de bomen te langzaam. Tevens waren de vervoerskosten te hoog. Het onderhoud werd al snel gestaakt.

Rond 1935 werd gestopt met het kappen van naaldbomen. Er werden echter ook loofbomen geplant ten noorden en oosten van de Eerste Dennen en ten westen van de PrinsBernardweg. De soorten die daar geplant werden zijn ruwe berk, zachte berk, zomereik, wintereik en moseik. Het stukje ten oosten van de Eerste Dennen noemde men de houtkwekerij. Tot 1970 werden loofbomen die tussen naaldbomen gingen groeien er weggehaald.

Zo ontstond een bos met alleen naaldbomen en met bomen van dezelfde leeftijd en dezelfde lengte. Er stonden nauwelijks jonge bomen tussen. Hierdoor was het bos gevoelig voor storm. In 1972 en 1973 raasden er enkele zware stormen over Nederland. Op Schiermonnikoog vielen dan ook heel wat bomen om. In de dennenbossen werden dan ook flinke gaten geslagen. Op deze open plekken kwamen na een paar jaren jonge loofbomen op en bleek het bos zich snel te herstellen. Ook in de luwte van het naaldbos groeiden er meer en meer loofbomen. Een bos met zowel naaldbomen als loofbomen bleek vele voordelen te hebben. Het kan beter tegen storm. Er verdampt minder water dan bij naaldbomen alleen.

In het Beheers- en Inrichtingsplan van het Nationaal Park is vastgelegd hoe het bos in de komende jaren beheerd zal worden. Het beheer door Natuurmonumenten is gericht op de ontwikkeling van loofbos. Hier en daar worden kleine stukjes naaldbos gekapt, zodat de loofbomen meer kans krijgen. Verder laat men de ontwikkeling over aan de natuurlijke processen.

Flora en fauna

In het loofbos groeien vooral berken en eiken, maar je ziet ook wilgen, elzen en laurierwilgen. Vanaf een hoog punt kun je zien hoe het loofbos zich naar het oosten uitbreidt. Na 1950 gingen er enkele zeldzame planten groeien in het bos: kleine keverorchis, dennenorchis, stekende wolfsklauw, stofzaad, breedbladige wespenorchis en vingerhoedskruid. In de bossen van Schiermonnikoog broeden veel zangvogels, en ook ransuilen, sperwers en torenvalken.

CC-BY-NC, Ecomare & VLIZ 2020 - Laatst bijgewerkt: