
Oorspronkelijk plantten mensen zomereiken aan omdat je ze voor zo veel dingen kon gebruiken. Het hout is hard en sterk, de bast werd gebruikt als verfstof en de takken deden dienst als brandhout. Later werden eiken vooral aangeplant om naaldbossen te veranderen in loofbos. Als er maar genoeg licht is groeit zomereik bijna overal. Deze boom kan heel oud worden. De oudst bekende zomereik in Europa staat in Litouwen en is 1500 jaar! De vruchten, eikels, zijn belangrijk voor veel wilde dieren, zoals bijvoorbeeld rode eekhoorns en de gaai. Daarnaast lusten ook tamme dieren, zoals schapen, graag eikels.
Relatie met andere soorten
Er zijn honderden soorten organismen die leven op, in of van eikenbomen. Vooral bij oude bomen kun je vele soorten insecten, paddenstoelen, korstmossen, vogels en zoogdieren tegenkomen. Een onderzoek van de NJN ontdekte minst 644 soorten die verbonden leven met de zomer- en wintereik. Een kwart wordt alleen gevonden bij oude eiken (een eik onder 200 jaar oud is nog aan de jonge kant) en een zesde van de soorten kunnen niet leven zonder deze eikensoorten.