
Engels slijkgras ontstond in 1870 als een kruising tussen een Engelse en een Noord-Amerikaanse slijkgrassoort. Het groeit in grote dichte pollen op weke, slikrijke grond. Het volgt vaak de kronkels van geulen op de kwelder. Deze plant kan goed tegen zout en overstroming. Hij is in het waddengebied veel aangeplant als slikvanger bij kwelderwerken. Door zijn snelle groei zijn andere plantensoorten van de kwelder in de verdrukking gekomen, vandaar zijn bijnaam 'slikpest'.

Verspreiding
In 1906 heeft het Engels slijkgras zich in Frankrijk gevestigd. Een stuk grond met het gras erop dreef van de Engelse kust over zee naar de Franse kust. In het begin van de 20e eeuw werd Engels slijkgras veel gebruikt als slibvanger. Pas later ontdekte men dat Engels slijkgras ongeschikt is voor landaanwinning. Het water stroomt snel tussen de pollen door, waardoor de bodem wegspoelt en nieuwe geultjes ontstaan.
In Nederland werd de soort vanaf 1924 in het deltagebied en langs de waddenkust aangeplant. Sindsdien heeft het Engels slijkgras zich sterk uitgebreid. Andere planten zoals klein slijkgras en langarige zeekraal werden verdrongen. Soms groeit Engels slijkgras in de buurt van kweldergras, riet of zeeaster. Het Engels slijkgras is helaas niet eetbaar voor schapen, koeien en konijnen. In de modderige bodem verdringt het slijkgras de schelpdieren en wormen, waar wadvogels van leven.
fitis-engels slijkgras-01-sd_800px.jpg

Links
Bovenliggende categorieën
Engels slijkgras | © Ecomare
Engels slijkgras | © Foto Fitis, Sytske Dijksen