
Drijven en zinken
Er waren twee typen vleten in gebruik voor de haringvisserij. De drijfvleet en de zinkvleet. De drijfvleet hing van ongeveer 4 tot 18 meter onder het wateroppervlak. Hiermee ving men de haring die bij het vallen van de avond tot vlak bij het wateroppervlak kwam. De haring doet dat omdat zijn voedsel, het dierlijk plankton, bij vallende duisternis naar het wateroppervlak trekt.Later in het seizoen zitten de haringen vol met hom of kuit. Oftewel vissperma en eitjes. De haringen komen dan niet meer zo hoog naar het wateroppervlak. Toen paste men de zinkvleet toe. Deze schakeling van drijfnetten werd van 14 tot 28 meter onder de zee-oppervlakte 'opgehangen'.
vleetvisserij.jpg

Opkomst en ondergang van de vleetvisserij op de Noordzee
De eerste zekere melding van haringvangst op de Noordzee dateert uit 1163. Het is vrijwel zeker dat dit een vorm van drijfnetvisserij geweest moet zijn. De glorietijd van de haringvisserij zette in met de ontdekking van het haringkaken omstreeks 1395. Dit is het direct aan boord schoonmaken en inzouten van de vis. Vanaf die tijd was de met vleten gevangen Noordzeeharing eeuwenlang één van de belangrijkste eiwitbronnen voor de minder welgestelde Nederlanders. Hollandse haring werd ook een belangrijk exportartikel. In het midden van de 17e eeuw bestond de Hollandse haringvloot uit ongeveer 700 haringbuizen. Deze grote zeilende vissersschepen hadden als voornaamste thuishavens Brielle, Vlaardingen, Maassluis, Rotterdam, Delfshaven, Enkhuizen en de Rijp.Ook andere Noordzeelanden visten op de Noordzee met behulp van drijfnetten op haring. Pas ná 1945 kwam er een einde aan de vleetvisserij op deze vissoort. Toen kwamen er steeds meer moderne schepen met pelagische trawls in de vaart. De sleepnetten van deze schepen worden vrij in de waterkolom voortgetrokken. De visserij met hektrawlers kost veel minder arbeid dan de vleetvisserij. Daardoor werd de investering in de pelagische trawlvisserij steeds aantrekkelijker. In 1969 werd er voor het laatst op de Noordzee met een vleet op haring gevist.
Huidige toepassingen van de vleetvisserij
Rond IJsland wordt nog steeds met vleten op haring gevist. Men doet dit vooral omdat andere visserijmethoden (sleepnetten en ringzegens) aan zeer strenge regels gebonden zijn. De techniek van de vleetvisserij is daar in de afgelopen decennia aanzienlijk gemoderniseerd.Verder wordt de visserij met fijnmazige drijfnetten nog veelvuldig toegepast door kustvissers in 'lage-lonen-landen'. Het arbeidsintensieve karakter van deze visserijtechniek is daar minder bezwaarlijk, en het duurzame karakter (behoud visstand) des te belangrijker.