Overslaan en naar de inhoud gaan

Beheer van de visbestanden

Wereldwijd bekeken gaat het slecht met een groot aantal veel bejaagde vissoorten. Daarom is het noodzakelijk om de bestanden van deze vis te beschermen. In principe is het mogelijk om slechts een beperkt deel van het bestand op te vissen, zodat de resterende volwassen vissen voor nakomelingen kunnen zorgen. Maar dan moeten er wel afspraken worden gemaakt met individuele vissers, die allemaal een goede boterham willen verdienen. Dit proces, met het onderzoek dat er bij hoort, noemen we het beheer van de visbestanden.

Situatie in de Noordzee

Tussen 1975 en 1980 zwom er vrijwel geen haring meer in de Noordzee. Natuurbeschermers en visserijbiologen trokken aan de bel en de overheid beperkte de vangstrechten bijzonder sterk. Gevolg was dat de haringsstand zich in de daaropvolgende jaren herstelde. Voor de schol, en in mindere mate voor de tong, geldt een vergelijkbaar verhaal.
Het beheer van de visstanden in de Noordzee gaat dus een stuk beter dan dat van veel visbestanden elders. Dat is vooral het gevolg van de cultuur onder de Noordzeevissers, die gekenmerkt wordt door toekomstgericht ondernemerschap in plaats van winstbejag op de korte termijn.

graf-haring-ned2.jpg

Haringbestand Noordzee-Engels Kanaal-Skagerrak: vangsten en biomassa | © Ecomare

Visserijbiologie en beleid

Ieder jaar bepalen visserijbiologen hoeveel vis er rondzwemt en hoe groot de kans is op veel nakomelingen. Dat doen ze voor de belangrijkste vissoorten, zoals tong, schol, kabeljauw en haring. Natuurlijk wordt niet elke vis geteld; de biologen nemen steekproeven en rekenen de resultaten daarvan door naar de situatie in de hele Noordzee. De biologen geven daarna een advies voor de vangstquota. Die quota worden vastgesteld door de Europese Ministerraad. Regelmatig wijkt het resultaat af van het advies. Dat komt omdat er ook nog politieke spelletjes meespelen.
Maar het advies van de biologen weegt wel zwaar, en daarom kijken de vissers er ook altijd erg kritisch naar. Meestal vinden zij dat de biologen de bestanden veel te laag inschatten. In het verleden leverde dat soms vervelende discussies op. Sinds er regelmatig vissers meevaren op de onderzoeksschepen, en ook biologen op de vissersschepen, komt dat minder vaak voor.

Visbestand Noordzee

Gemiddeld over het jaar zwemt er in de Noordzee naar schatting 11 tot 15 miljoen ton vis. Er komen in de hele Noordzee meer dan 220 verschillende soorten vis voor, in het Nederlandse deel circa 145 soorten, inclusief haaien en roggen. Zowel de aantallen als de soorten zijn niet gelijkmatig over de Noordzee verdeeld. De visserij op de Noordzee concentreert zich op ongeveer 25 soorten, waarvan kabeljauwachtigen (kabeljauw, koolvis, schelvis, wijting), platvissen (schol, tong, schar, tarbot en griet), haring, sprot, zandspiering en makreel de hoofdmoot uitmaken.

Vissoorten Noordzee

De visserij op de Noordzee concentreert zich op ongeveer 25 soorten, waarvan kabeljauwachtigen (kabeljauw, koolvis, schelvis, wijting), platvissen (schol, tong, schar, tarbot en griet), haring, sprot, zandspiering en makreel de hoofdmoot uitmaken.In vergelijking met andere zeeën geldt de Noordzee als zeer productief en zwaar bevist. Jaarlijks wordt er ongeveer 3 tot 3,5 miljoen ton vis gevangen. Omgerekend naar de totale oppervlakte van de Noordzee komt dat neer op 50 tot 60 kilo vis per hectare.Ter vergelijking: In alle wereldzeeën samen wordt 90 tot 100 miljoen ton vis (inclusief schaal- en schelpdieren) gevangen. Deze visserij concentreert zich op de voedselrijke kustwateren en op gebieden waar voedselrijk water naar de oceaanoppervlakte welt (upwelling areas). Samen maken deze visrijke gebieden ongeveer 8% van het hele zee-oppervlak uit. De rest bestaat uit de grote, relatief voedselarme, 'blauwe woestijnen' van de zee.

Visgemeenschappen Noordzee

In de Noordzee komen niet overal dezelfde soorten in dezelfde hoeveelheden voor. In de Zuidelijke Noordzee bestaat de visgemeenschap voornamelijk uit vissen die hun voedsel op de zeebodem zoeken. Naar gewicht maken schar, wijting en grauwe poon meer dan de helft van het totale gewicht aan vis in de Zuidelijke Noordzee uit. De kleine grondels, dwergtong en pitvis zijn komen er ook veel voor, maar ze leggen niet veel gewicht in de schaal. Bovendien is hun voorkomen moeilijker in te schatten omdat ze gemakkelijk door de mazen van het netten glippen.In de Centrale Noordzee zijn schelvis, wijting, kabeljauw, koolvis en kever de meest voorkomende vissen. Maar ook hier komen platvissen voor, zoals schar.In de Noordelijke Noordzee nemen koolvis, schelvis, kever, wijting, horsmakreel, blauwe wijting, makreel, kabeljauw, heek en leng het grootste aandeel qua gewicht.

CC-BY-NC, Ecomare & VLIZ 2020 - Laatst bijgewerkt:

Bovenliggende categorieën