Overslaan en naar de inhoud gaan

Schelpdiervisserij

In Nederland wordt de schelpdiervisserij actief uitgevoerd, terwijl deze tak in Belgische wateren verboden werd. De Nederlandse schelpdiervissers zijn vooral bezig met mosselen (mosselzaadvisserij en mosselteelt) en oesters (kweek). Men werkt vooral in de getijdengebieden en de kustwateren. Vroeger viste men langs de Nederlandse kust ook veel op strandschelpen (Spisula). Nadat deze soort heel erg achteruit ging, werd overgeschakeld op het vissen van mesheften. In de Waddenzee worden kokkels handmatig geraapt. Deze handkokkelaars rapen sinds kort ook Japanse oesters van het wad.

Natuurbescherming

Wad- en kustvogels zijn voor hun bestaan ook aangewezen op de schelpdieren. Dat betekent dat het vaak een moeilijke puzzel is om het natuurbelang en het belang van de schelpdierenvissers samen te laten gaan. Om de natuur te beschermen mogen de vissers daarom op veel plekken niet vissen.

Schelpdieren kennen over de jaren heen een zeer wisselend succes in de aanwas. Jaren met een hoge spatval wisselen af met jaren waar het broeden minder succes kent. In schelpdierarme jaren geldt vaak een volledig visverbod.

Sommige vormen van schelpdiervisserij zijn of worden verboden. In de Waddenzee mogen kokkelvissers bijvoorbeeld niet meer met grote schepen vissen. En ook de mosselzaadvissers moeten geleidelijk aan overstappen van de vrije zaadvisserij naar de oogst van mosselzaad dat zich heeft gevestigd op hangculturen.

CC-BY-NC, Ecomare & VLIZ 2020 - Laatst bijgewerkt:

Bovenliggende categorieƫn