
De opkomst van de kokkelkor
De handbeugel, om handmatig kokkels te vissen, wordt al sinds de Middeleeuwen gebruikt. Rond 1950 werd de techniek ontwikkeld om kokkels 'mechanisch' te oogsten vanaf schepen. Dit gebeurt met de kokkelkor, een kooi op sleden met tussen de sleden een mes. Via een spuitmond voor het mes wordt het zand tussen de kokkels met water weggespoten, waarna de schelpdieren met een soort stofzuiger aan boord worden gezogen. Alle kokkelvissers moeten in het bezit zijn van een speciale vergunning vanwege de Natuurbeschermingswet.
Sinds 1970 nam de gemechaniseerde kokkelvisserij sterk toe. Hoewel het aantal vergunningen in 1974 werd bevroren op 37, nam de vangst toe door het vergroten van de vangsten per boot. Bij elkaar waren er tot 2005 ongeveer 400 mensen werkzaam in de mechanische kokkelvisserij, toen die nog was toegestaan in de Waddenzee. Nu is deze vorm van kokkelvisserij alleen nog maar toegestaan in de Oosterschelde en de Voordelta, zodat de actieve kokkelvloot nu aanzienlijk kleiner is.
Tapas en paella
Na het schoonmaken worden de kokkels gekookt, en daarna ingevroren of ingeblikt. In Nederland wordt de kokkel nauwelijks gegeten. De export van kokkels gaat vooral naar Spanje en Portugal, voor de tapas en de paella.
Kokkelstand
De kokkelstand wisselt sterk van jaar tot jaar. De oorzaak van die grote schommelingen is nog niet helemaal bekend. In ieder geval blijken zowel strenge als erg zachte winters invloed uit te oefenen op het kokkelbestand. Bij strenge winters gaan veel volwassen kokkels dood. Maar als de kou laat valt hebben de jonge kokkeltjes daar juist baat bij omdat de garnalen, hun grootste vijanden, dan nog in het warmere Noordzeewater zitten. Bij zachte winters overleven alle kokkels, ook de zwakke, maar dan blijven ook de vijanden van de kokkels in leven. Zo zijn er piekjaren van nieuwe kokkels, gevolgd door een periode van achteruitgang. 2012 was het absolute record-piekjaar voor eenjarige kokkels in de Waddenzee.
2004: EVA2
Sinds 1993 visten de kokkelaars op basis van de afspraken in het Beheersplan Kustvisserij. In kokkelarme jaren werd er niet gevist. Een vaste hoeveelheid kokkels was gereserveerd voor vogels en gebieden waar mosselbanken en zeegrasvelden zouden kunnen ontstaan waren gesloten. In 2000 werd onderzocht of deze afspraken goed werkten. De uitkomst van dit onderzoek, EVA2, zou bepalend zijn voor de toekomst van de kokkelvisserij. In 2004 verscheen het rapport. Er stond in dat de mechanische kokkelvisserij aanzienlijke schade toebracht aan de Waddenzee. Misschien was het mogelijk om op beperkte schaal duurzaam te vissen. Andere resultaten uit het EVA2-onderzoek waren dat er minder voedsel voor schelpdieren in de Waddenzee was dan vroeger en dat er te weinig schelpdieren overbleven voor eidereenden en scholeksters.
2004: Adviesgroep Waddenzeebeleid ('Commissie-Meijer')
Om de regering te helpen bij het beleid over schelpdiervisserij en gaswinning in de Waddenzee werd de Adviesgroep Waddenzeebeleid opgezet. Deze Commissie Meijer stelde voor om de kokkelvisserij in 7 jaar af te bouwen tot een duurzame vorm en om gaswinning toe te staan.
2005: Einde mechanische kokkelvisserij in de Waddenzee
Per 1 januari 2005 is de mechanische kokkelvisserij in de Waddenzee verboden, vooral op basis van een uitspraak van het Europese Hof. De vissers hebben van de regering een financiële compensatie gekregen, in totaal 85 miljoen euro.Tussen 2004 en 2006 is ook de kokkelvisserij in de Oosterschelde tijdelijk stilgelegd.