
Wanneer je loogkruid aanraakt merk je dat de plant erg stekelig is. Elk blad eindigt in een scherpe punt. Vroeger maakten ze zeep van loogkruid. Wanneer je de plant verbrandt bestaat 30% van de as uit natriumcarbonaat, één van de belangrijkste bestanddelen van zeep en glas. Daarom is een van de Engelse namen 'prickly glasswort', (stekelig glaskruid). Tegenwoordig wordt de meeste zeep synthetisch geproduceerd. Net als sommige andere soorten uit de ganzenvoetfamilie is loogkruid een 'steppenroller': de uitgebloeide plant verdroogt, raakt los van de wortel en laat zich over de vlakte te rollen waarbij hij zijn zaden overal achterlaat.

Twee groeiplaatsen, twee ondersoorten
Loogkruid komt voor in de gematigde streken van Eurazië. Het is een gewone plant langs de Noordzeekust. Het is een 'halofiet', hetgeen betekent dat hij goed tegen zout kan. Je vindt hem het meest op droge plaatsen en langs zandige kusten. Zijn voedsel haalt hij uit aangespoeld materiaal in het vloedmerk. Buiten de zeereep komt een zeldzame ondersoort van loogkruid voor. Deze staat op zandvlakten in de binnenduinen, in open bermen, langs spoorwegen en zelfs op industrieterreinen. Deze variant heeft zacht behaarde, langere en slappere bladeren dan de ondersoort die op het strand groeit.
fitis-loogkruid-3-sd.jpg

Links
Bovenliggende categorieën
Stekend loogkruid | © Misjel Decleer