
Door aanhoudende afbrokkeling van de kust kunnen de duinen, zeedijken en andere waterkeringen het land steeds minder goed beschermen tegen de zee. Stromingen, getijden, golven, de wind en zeespiegelstijging knabbelen allemaal aan de rand van het land. De problemen doen zich langs de hele kust voor en zijn voorlopig nog niet afgelopen.
Zandvangers
Dit kaartje van 1995 laat zien dat de erosie van de zandige kust op z'n sterkst is langs de kust van Noord-Holland ten noorden van het Noordzeekanaal tot aan de Slufter op Texel. Langs de Zuidhollandse kust en de Zeeuwse eilanden was er sprake van enige aanwas direct langs het strand, maar erodeerden de zeewaartse kustvakken ook sterk. De kust werd daar dus steeds steiler.
In het waddengebied waren de problemen het grootst bij de noordoosthoek van Vlieland en in het aangrenzende zeegat, en ten noorden van Ameland en het aangrenzende zeegat.
De Westerschelde en de Waddenzee hebben zandhonger, zoals dat heet. Dat betekent dat het zand dat elders langs de kust verdwijnt in deze gebieden bezinkt.
k-erosieaanwaseng.jpg

Erosie van de vooroever
Verreweg de meeste erosie speelt zich, onzichtbaar voor de strandwandelaar, af op de vooroever. De zandduinen en richels onder de zeespiegel worden voortdurend verplaatst door inwerking van de zeestroming. Er is een netto verplaatsing van het zand in noordwestelijke richting, naar de ebdelta's van de zeegaten tussen de waddeneilanden. Vanuit die ebdelta's spoelt het zand de Waddenzee in. Het zandgebrek op de vooroever wordt weer aangevuld vanaf het strand.
waterstanden-suppleties-ned3.jpg

Wandelende eilanden
De kusterosie leidt tot het 'wandelen' van zandbanken en eilanden: er is afslag aan de westkust en aangroei aan de oostkust. Bij onbeheerde zandbanken, zoals de Noorderhaaks bij Texel, verloopt dit proces op z'n natuurlijkst. In het verleden heeft het wandelen geleid tot het verloren gaan van de westelijke dorpen op Vlieland en Schiermonnikoog.
Verdrogende duinen
Zoet water drijft op zout water. Onder het duin drijft een zoete grondwaterbel op het zoute grondwater. Deze zoetwaterbel is de levensvoorwaarde voor de planten die het duin vastleggen. Bovendien zorgt de hoge zoete grondwaterstand in de duinvalleien voor een unieke vegetatie. Door kustafslag kan de zoetwaterbel echter in contact komen met de open zee en zo leeglopen. Daardoor verdrogen de duinvalleien achter de eerste duinenrij, met een sterke achteruitgang van de duinflora als gevolg.
duinafslag-ned2.jpg

Winderosie
Als de vegetatie in de zeereep wordt beschadigd krijgt de wind vat op het zand. Er ontstaat een stuifkuil die zich doorgaans in noordwestelijke richting uitbreidt en steeds dieper wordt. Op deze manier kan een zwakke plek in de zeereep ontstaan. Tot voor kort werden beschadigingen in het duin altijd zo snel mogelijk gerepareerd door er opnieuw helm aan te planten. Tegenwoordig wordt in het kader van 'dynamisch duinbeheer' het ontstaan van stuifkuilen geaccepteerd in duinen waar dat verantwoord is met het oog op de kustverdediging.
Golferosie
Alleen tijdens zware stormen, waarbij hoge waterstanden en grote golven voorkomen, slaat er zand van de zeereep af. Dit zand zet zich af op het dan onder water staande strand en remt hierdoor de werking van de golven. Na een zware storm is het strand hoger en vlakker dan ervoor. De wind blaast een groot deel van het afgeslagen zand terug naar de duinen en het proces kan opnieuw beginnen. Bij rustig weer geeft golfslag geen beschadiging aan de zeereep.