Overslaan en naar de inhoud gaan

Klimaatverandering algemeen

Klimaatschommelingen zijn snelle veranderingen in het klimaat. Ze komen met regelmaat voor over periodes van tientallen jaren. Echte klimaatveranderingen spelen zich af op een veel grotere tijdschaal. Zo ligt het ritme van de ijstijden in de orde van tienduizenden jaren. Zo'n 10.000 jaar geleden was de overgang van de laatste ijstijd naar de warmere periode waarin we nu leven, het Holoceen. Een variant in dat ritme is de 'kleine ijstijd', een koudere periode die duurde van de vijftiende tot en met de achttiende eeuw.

Kleine ijstijd

Dat de laatste grote ijstijd 10.000 jaar geleden eindigde, wil niet zeggen dat sindsdien het klimaat constant is geweest. Wel zijn de verschillen van een heel andere orde. In de ijstijd bestond onze omgeving uit toendra's en ijzige steppen. De zeespiegel stond meer dan 30 meter lager dan nu en de Noordzee lag droog. Sinds de ijstijd wisselen warmere en koudere perioden, meestal enkele eeuwen lang, elkaar af. Er zijn tijden geweest met veel stormen, stormvloeden en een grote invloed van de zee, maar ook rustiger eeuwen waarin de invloed van de zee kleiner was. Tot ongeveer 1430 was het hier warmer dan nu. Van 1430 tot ongeveer 1800 was het juist kouder. Men noemt dat de kleine ijstijd. De Waddenzee was toen vaak bevroren in de winter. Je kon dan met paardensleden van de vaste wal naar de eilanden reizen.

Recente klimaatontwikkelingen

Het KNMI berekent regelmatig de effecten van de klimaatverandering op de Nederlandse situatie. In 2006 werden de volgende voorspellingen gedaan. De temperatuur op land zal de komende 100 jaar 2 tot 5 graden Celsius stijgen. Er zal meer neerslag in de winter vallen terwijl de zomers droger zullen worden. De dagen dat er extreem veel neerslag valt zullen toenemen. De zeespiegel zal tot 2050 15 tot 35 centimeter stijgen en tot 2100 35 tot 85 centimeter. In 2008 maakte het KNMI bekend dat de gemiddelde temperatuur in West-Europa twee keer zo snel stijgt als in de rest van de wereld. Een deel van deze opwarming is te verklaren vanuit het normale ritme van de ijstijden en tussen-ijstijden: we gaan langzamerhand toe naar de temperaturen zoals die ook in de Eemtijd in onze contreien heersten. Ter vergelijking: er leefden toen nijlpaarden in de Nederlandse rivieren. Heel veel klimaatdeskundigen vinden echter dat de opwarming veel sneller gaat dan eerder in de aardgeschiedenis. Zij verklaren de versnelde opwarming vanuit de lozing van broeikasgassen, die als een deken om de aarde hangen en de natuurlijke afkoeling afremmen.

grafiek-zomertemp-ned.jpg

Stijging zomertemperatuur 1900-2100 | © Ecomare | Uit: KNMI klimaatscenario's 2006

Opwarming van de Noordzee

In de laatste 10 jaar van de vorige eeuw was de temperatuur van het water in de Noordzee ruim een graad hoger dan het gemiddelde van de 30 jaar ervoor. Dat lijkt weinig, maar het heeft grote gevolgen voor het leven in zee. Eén van die gevolgen is dat de kabeljauw zich minder thuis gaat voelen in de zuidelijke Noordzee. De kabeljauw zit in de Noordzee namelijk aan de zuidgrens van zijn verspreidingsgebied. In warmer water komt de kabeljauw niet voor.

Kleinere vis

Warmer zeewater kan niet zoveel zuurstof bevatten als koud zeewater. Vissen verbruiken veel zuurstof om te zwemmen. In warmer water worden ze actiever, waardoor ze nog meer zuurstof nodig hebben, terwijl er juist minder zuurstof in het water zit. Gevolg is dat de vissen stoppen met groeien als hun spieren te veel zuurstof nodig hebben. In een warmer wordende zee zal de vis dus kleiner blijven.

Meer tong dan schol

Tong voelt zich in de Noordzee steeds beter thuis, maar schol heeft het hier niet meer zo naar de zin. Dat heeft alles te maken met de opwarming van het zeewater. Vissen zoeken in de zee naar plekken waar ze zich het beste thuis voelen. Daarbij spelen de watertemperatuur en de hoeveelheid voedsel een grote rol. Sinds 2002 is het zuidelijke Noordzee-kustwater te warm voor schol, ontdekten onderzoekers van onderzoeksinstituten IMARES en NIOZ. De onderzoekers keken met een model naar de effecten van plaatselijke of grootschalige veranderingen en hoe schol en tong zich onder die omstandigheden zal verspreiden. De kaarten die met het model werden gemaakt laten zien dat de stijging van de temperatuur van het zeewater de groei van tong kan verbeteren terwijl schol het juist minder goed gaat doen. Behalve in de Noordzee, zagen de onderzoekers dat de watertemperatuur ook in de Waddenzee een grote rol speelt. "De Waddenzee is ondiep en warmt sneller op dan de Noordzee. De Waddenzee is al vrij warm voor schol. Een piek in de temperatuur, al is die maar kort, verdrijft de schol uit de Waddenzee."

Wist je dat...

... de modellen die klimaatverandering voorspellen worden geijkt met gegevens die drie eeuwen (toen de thermometer werd uitgevonden) teruggaan, maar dat je dat ook kunt doen met variaties in fossiele bacteriën? Dat is nauwkeuriger en je kunt veel verder teruggaan. Onderzoeker Jaap Sinninge Damsté van het NIOZ op Texel onderzoekt op deze manier klimaatveranderingen tot 55 miljoen jaar geleden.

Invloed van klimaatverandering op flora en fauna

Klimaatverandering heeft een enorme invloed op het leven op aarde. De oceanen en kustwateren warmen op door het stijgen van de luchttemperatuur. Zeestromen veranderen. Stabiele weersomstandigheden maken plaats voor afwisselende periodes van droogte of storm. Volgens een rapport van de milieuafdeling van de Verenigde Naties (UNEP) uit 2008 is klimaatverandering in 10-15% van de oceanen merkbaar. Dat zijn net de delen waar de waardevolle visgronden in liggen. Door de toename van koolzuurgas wordt de zee zuurder. Plankton en schelpdieren reageren daar sterk op. En dat is weer voedsel voor allerlei vissen.  Door klimaatverandering breiden zuidelijke soorten hun leefgebied uit. Noordelijke soorten trekken zich terug naar koelere streken. Zulke verplaatsingen zijn alleen mogelijk als er begaanbare trekroutes zijn. Als die er niet zijn, in sterk verstedelijkte gebieden en op eilanden, zullen soorten plaatselijk uitsterven. Door klimaatverandering zijn planten in Nederland vroeger en langer gaan bloeien. Ook groeien ze sneller. Dat is fijn voor de boeren. Natuurbeheerders zijn minder blij. Droogte en stormen veroorzaken veel schade in natuurgebieden. Kwetsbare plantensoorten hebben het moeilijk, maar pioniersoorten profiteren ervan.
Voor veel vogels lijkt klimaatverandering een grote bedreiging. De International Union for the Conservation of Nature (IUCN) meldde in mei 2008 dat één van de acht vogelsoorten op aarde bedreigd wordt door klimaatverandering. Eén van de 1220 bedreigde soorten is de tureluur.

CC-BY-NC, Ecomare & VLIZ 2020 - Laatst bijgewerkt:

Bovenliggende categorieën