
Het meest oostelijke grote stuk bos is het Hoornse Bos. Het ligt ten noorden van Hoorn tot aan de zeereep aan het Noordzeestrand. In 1922 begon de aanplant. In de westerse bossen had men geleerd dat pure naaldbossen niet goed zijn. Net als bij het Formerumer Bos zijn er daarom naaldbomen en loofbomen aangeplant. Er is geen bos op Terschelling dat zo dicht achter de zeereep ligt. De gevolgen zijn dan ook zichtbaar. Langs de noordrand gaan veel bomen dood door de zoute zeewind.
Vegetatie
De plantengroei in het Hoornse bos is ongeveer hetzelfde als in het Formerumer Bos. Ook de vogelstand is vergelijkbaar. Hier en daar staan nog duinplanten zoals struikhei en kraaihei op droge plekken en dophei op vochtige plekken
Verschuiving
zuid.jpg

Met het noordelijk deel van het Hoornse bos, pal achter de zeereep, is iets bijzonders aan de hand. De zeereep is sinds de aanplant meer dan 200 meter landinwaarts geschoven. Daardoor is de invloed van de zeewind op het bos groter geworden. Ondanks de brede loofhoutsingel van els, berk en eik heeft het bos het zwaar te verduren. Aan de houtsingel zelf zijn de moeilijke omstandigheden goed te zien. De eerste rij boompjes zijn laag en armetierig, de tweede heeft al iets beschutting en zien er iets beter uit enzovoort. Er is sprake van een oplopend kronendak. De vallei die er eertijds tussen het bos en de zeereep lag is verdwenen. Daar lag de vroegere afwateringssloot van het gebied. Het noordelijk deel van het bos is daarom, onbedoeld, erg vochtig.
Turfdôbbes
hoor.jpg

In het Hoornse Bos zijn nog restanten te vinden van vroegere turfdôbbes. Er is er één van zo'n 30 bij 3 meter. De turfdôbbes liggen in kleine open plekken en hebben vaak een ruige plantengroei. Daardoor hebben ze een beetje een geheimzinnig karakter.