Overslaan en naar de inhoud gaan

Geschiedenis van Schiermonnikoog

De geschreven geschiedenis van Schiermonnikoog begint in de Middeleeuwen, toen de monniken naar het eiland trokken. Vanaf die tijd tot de 18e eeuw speelde het leven op het eiland zich voornamelijk af in de buurtschappen Westerburen, Oosterburen , Dompen en Molenbuurt. Die lagen op de plek waar nu het Westerstrand en de Westerduinen liggen. Rond 1760 waren de oude buurtschappen in de golven verdwenen. Vanaf 1720 werd het huidige dorp gebouwd. Tussen 1638 en 1945 was het eiland particulier eigendom. Tussen 1895 en 1940 kwam het toerisme op. In de Tweede Wereldoorlog werd Schiermonnikoog als het laatste stukje Nederland bevrijd. Op de plaats van de huidige oostpunt lag vroeger het eiland Bosch.

De periode 1500-1859

In 1580 werd de provincie Friesland eigenaar van Schiermonnikoog. Maar in 1640 kocht een edelman, Johan Stachouwer, het eiland. De familie Stachouwer bleef twee eeuwen eigenaar. De eilanders leefden van visserij, scheepvaart en landbouw in de duinen.

Schiermonnikoog kreeg zijn eerste reddingsboot in 1830, een roeiboot. In 1865 werd in het dorp een stenen boothuis gebouwd voor de reddingsboot. Het boothuis lag midden in het dorp en niet aan de Noordzee, omdat de boot ook ingezet moest worden op de Waddenzee. De nu nog bestaande Reddingsweg is aangelegd als wagenpad voor de reddingsboot vanuit het dorp naar de Noordzee. De Noordzee lag toen dicht bij de huidige Kooiduinen. Wanneer de bemanning van de reddingsboot terugkeerde met verdronken mensen werden ze op een plaats in de Kooiduinen, langs de Reddingsweg, begraven. Op die plek is later het kerkhof Vredenhof gesticht.

De periode 1859-1940

schierkaart.jpg

Oude kaart Schiermonnikoog | © Ecomare

In 1859 verkochten de Stachouwers het eiland aan de rijke koopman mr. John Eric Banck uit Den Haag. Hij kocht het voor 100.000 gulden. Banck deed van alles voor het eiland en de bevolking. In 1860 liet hij een zeedijk aanleggen rond de kwelder. Daardoor ontstond de huidige polder van 400 hectare. Hij bevorderde de landbouw op nog meer manieren. Hij liet moderne boerderijen bouwen en moderne machines voor de landbouw invoeren. Hij haalde enkele boeren van Texel om de grote boerderijen te leiden. Er was vooral veeteelt, maar ook wat akkerbouw.  Banck gaf ook een aanzet tot de bestrijding van de verstuiving van duinen door helm te laten aanplanten.

Vanaf 1870 kwamen de eerste badgasten naar het eiland. Dat betekende werk voor de eilanders. Aan het eind van de Badweg werd in 1887 een badhotel gebouwd, voor het grootste deel betaald door mr. Banck. Verder kwamen er pensions, zomerhuisjes en een busdienst. In 1872 werd op het eiland een zeevaartschool gesticht. Heel wat eilanders gingen naar deze school en werden kapitein of stuurman in de koopvaardij. Ze gingen wonen in de grote havensteden, dicht bij hun werk. De eilanderbevolking liep daarom terug van 1000 naar 600 mensen. De zeevaartschool werd gesloten in 1934.

Banck verkocht het eiland in 1892 aan de Duitse graaf Hartwig Von Bernstorff-Wehningen. Hij en zijn zoon deden ook veel voor het eiland. Zo lieten ze in 1912 en 1919 de dennenbossen op Schiermonnikoog aanplanten. Dit deden ze om de verstuiving van de duinen tegen te gaan. De zoon zorgde voor de aanleg van de eerste veerdam in 1927, op de plaats waar nu de jachthaven is.

 

Tweede Wereldoorlog op Schiermonnikoog

De Duitsers bouwden enkele verdedigingswerken, zoals de bunker Wasserman, het bunkerdorp Schleidorp en een afweergeschut bij het strandhotel. Alle drie werden gebouwd als onderdeel van de Atlantikwall, een rij bunkers langs de kust van Noorwegen tot Spanje. Het dak van de bunker Wasserman was een tijdje terras-café. Het is een prachtig uitzichtspunt over het hele eiland en omgeving. Aan het eind van de Prins Bernhardweg bouwden de Duitsers een aantal bunkers. Ze noemden dit Schleidorp. Er liep vanaf de jachthaven een spoorlijntje naar toe en er was een kleine bioscoop-café. Er zijn nu nog restanten van enkele bunkers te zien.  

Soms moesten Engelse of Amerikaanse bommenwerpers hun bommen afwerpen als zij werden aangevallen door Duitse jachtvliegers. De meeste bommen kwamen in de Wadden- of Noordzee terecht, maar enkele vielen op het eiland. Op 28 juli 1943 vielen er zeven doden, waaronder de burgemeester. In januari 1944 vielen er vijf doden onder de eilanders. Tijdens de oorlog zijn  zeven vliegtuigen van de geallieerden op Schiermonnikoog neergestort.

Op 13 april 1945 naderden Canadese soldaten Groningen vanuit het zuiden. Een groep van 120 SS-ers in Oostmahorn besloot te vluchten naar Schiermonnikoog. De SS-ers werden door de Duitse commandant op Schiermonnikoog ondergebracht in de boerderij de Kooiplaats. Na de overgave van de Duitsers op 5 mei hielden de SS-ers zich rustig. Eind mei landden de Canadezen op het eiland. De SS-ers werden afgevoerd naar de wal. Pas op 11 juni verdwenen de laatste Duitse soldaten van het eiland.

De periode 1945-nu

wallie.jpg

Walviskaken op Schiermonnikoog | © Martin Schoemakers, archief bezoekerscentrum Schiermonnikoog

Na de oorlog nam de Nederlandse regering het eiland over als vijandelijk bezit. Het beheer van het grootste gedeelte van het eiland kwam in 1947 in handen van de Dienst der Domeinen. Wetterskip Fryslân beheert de dijk en de buitenste, zeewerende duinen. Van 1987 tot 1989 werden de natuurgebieden beheerd door Staatsbosbeheer. Maar vanaf 1989 werden deze gebieden Nationaal Park en zijn ze in beheer bij Natuurmonumenten.

Van 1946 tot ongeveer 1965 waren diverse eilanders kapitein of bemanningslid op schepen voor de walvisvaart. De walvisvangst vond plaats in de zeeën rond de Zuidpool. De bekendste walvisvaarder van Schiermonnikoog is Klaas Visser, kapitein van de 'Willem Barentsz'. Hij bracht de onderkaak van een blauwe vinvis mee terug, die nu nog steeds als een soort poort in het centrum van het dorp staat. Sinds begin 1996 staat er voor Hotel Duinzicht nog een walviskaak. Deze kaak is door de eilander kapitein H. Jansma meegebracht naar Nederland.

In de nacht van 16 op 17 februari 1962 sloeg het water een gat in de polderdijk. Die nacht was er een zware noordwesterstorm met windkracht 11 tot 12. Een groot deel van de polder kwam onder water te staan. Ruim een jaar later was de dijk hersteld. Hij werd opgehoogd tot Delta-peil en voorzien van een laag asfalt. De asfaltbekleding liep in twintig jaar snel terug in kwaliteit. Daarom besloot men in 1983 het asfalt er af te halen. Er kwam weer gras op de dijk. De dijk werd daarbij 70 centimeter verhoogd, omdat klei sneller wegspoelt dan asfalt.

CC-BY-NC, Ecomare & VLIZ 2020 - Laatst bijgewerkt: