Overslaan en naar de inhoud gaan

Friese Front

Het Friese Front ligt op de overgang tussen de ondiepe zandgronden van de Zuidelijke Noordzee en de diepere slibbodems van de Oestergronden. Over een betrekkelijk kleine afstand daalt de Noordzeebodem hier 10 tot 15 meter. Bovendien ligt hier een scheiding tussen verschillende watermassa's, die ervoor zorgt dat het gebied extreem voedselrijk is. Het wemelt er van het zeeleven.

Leven op de waterscheiding

De waterpaketten van de zuidelijke Noordzee en de Oestergronden verschillen van elkaar. Die van de Zuidelijke Noordzee zijn permanent gemengd, die van de Oestergronden zijn in de zomer gelaagd. Dit heeft tot gevolg dat er op het Friese Front veel voedingsstoffen in omloop zijn. Er is veel algengroei en al die algen zakken naar de bodem als ze afgestorven zijn.

Bodemdieren profiteren van de 'algenregen'. De dichtheden zijn hoog, en er komen veel soorten voor die wij niet kennen van de kustwateren. De slangster is hier heel algemeen. Hij woelt de bodem zo regelmatig om dat andere soorten profiteren van het voedsel dat daardoor vrijkomt. Andere kenmerkende soorten zijn de dunne parelmoerneut, het tweetandschelpje en het kreeftje callianassa. Zeldzaamheden en bijzondere dieren van het Friese Front zijn de zeekomkommer, de afgeknotte gaper, het goudkammetje, de glanzende dunschaal, de bolle papierschelp en de pelikaansvoet.

De sterke groei van de algen wordt gevolgd door een opbloei van planktondiertjes, het basisvoedsel voor veel vissoorten. Daardoor komen er grote scholen sprot en jonge haring voor, en die trekken weer grote groepen vogels aan. Vooral zeekoeten laten er hun jongen opgroeien. Zij halen een geweldig waagstuk uit door met hun kroost van Schotland naar het Friese Front te zwemmen. Hier zijn ze namelijk betrekkelijk veilig voor rovers en er is voldoende te eten.
Ook komen er veel grote jagers op het Friese Front voor.

grote jager.jpg

Grote jager | © Ecomare
CC-BY-NC, Ecomare & VLIZ 2020 - Laatst bijgewerkt:

Bovenliggende categorieën