
Cyanobacteriën behoren tot de oudste levensvormen op aarde. Het zijn bacteriën met bladgroen. Van deze groep zijn fossiele exemplaren gevonden die ruim drie miljard jaar oud zijn. In het plankton van de zee spelen blauwwieren een kleinere rol dan andere wieren. Sommige soorten op het wad gebruiken zonne-energie, maar andere kunnen zonder zuurstof en licht leven van het afbreken van chemische verbindingen. Een belangrijke functie van blauwwieren in het ecosysteem op het land is dat ze stikstof kunnen binden. Planten zoals klavers en duindoorns brengen stikstof uit de lucht in de grond als meststof, door samen te werken met deze blauwwieren.
Korstmossen zijn hechte samenwerkingsverbanden tussen een schimmel en een blauwwier. Daardoor kunnen ze op erg droge of voedselarme plekken overleven.

Bloei van blauwwieren in zoete oppervlaktewateren
Als er veel meststoffen in zoet water zitten planten blauwwieren zich bij warm weer heel snel voort. Er kunnen dan in de dikke drijvende lagen blauwwieren ontstaan. Het lijkt dan wel of er blauwgroene verf in het water is gegooid. Ze scheiden dan giftige stoffen af die schadelijk zijn voor mens en dier. De giftige stoffen komen terecht in dieren die blauwwieren eten, zoals watervlooien en driehoeksmosselen. Vissen en vogels die de algenetende dieren eten kunnen sterven aan het gif.
Het gif uit de blauwwieren kan bij mensen misselijkheid, braken, hoofdpijn, maagkrampen, huidirritatie en oorpijn veroorzaken. Vooral kinderen, ouderen en mensen met een slechte gezondheid kunnen daar last van krijgen.
In de winter klonteren de blauwwieren samen en zakken naar de bodem, waar ze in een soort 'winterslaap' gaan. Dan kunnen ze worden verwijderd door ze van de bodem op te baggeren.
Cyanobacterie als oliebestrijder
Cyanobacteriën zijn belangrijke afbrekers van olie op het wad.