

Springende vlooien
Watervlooien bewegen net als vlooien op een schokkerige manier. Met hun vertakte sprieten slaan ze opzij, waardoor ze schuin omhoog naar voren schieten. Tussen de zwemslagen zinkt het diertje weer een stukje naar beneden, waardoor hij zigzaggend door het water schiet. De buikpootjes dienen voor het verzamelen van voedsel, voornamelijk plantaardig plankton. Door de pootjes te bewegen ontstaat er een waterstroompje, waar ze het voedsel uit filteren. Aan deze pootjes zitten ook aanhangsels die voor de ademhaling zorgen.
Verspreiding en habitat
De watervlo komt zeer algemeen voor in Nederland. Ze kunnen zich in korte tijd voortplanten, waardoor er als er ergens veel voesel is snel grote hoeveelheden watervlooien te vinden zijn. Ze leven in alle soorten zoetwatergebieden, dus onder andere in sloten, meren, rivieren, kanalen, vijvers en drinkbakken.
Mannen in de minderheid
Watervlooien kunnen twee soorten eieren leggen. In de zomer, als er volop te eten is, leggen de vrouwtjes eieren die uitkomen zonder dat een mannetje ze hoeft te bevruchten. Uit deze onbevruchte eieren komen binnen twee dagen jonge vrouwtjes. Als de omstandigheden minder goed zijn, bijvoorbeeld in de winter, dan leggen de vrouwtjes grotere eitjes, die wel door mannen bevrucht moeten worden. Uit deze eitjes worden mannetjes én vrouwtjes geboren. Mannelijke watervlooien zijn dus meestal in de minderheid.