
Zie ook
Zorgzame ouders
Baardmannetjes vlechten hun nest van van rietbladeren en -pluimen, meestal anderhalve meter boven het water. In de rietvelden moet zegge aanwezig zijn, soms neemt de vogel ook genoegen met lisdodde. Deze plantensoorten zijn nodig om een stevig nest te kunnen bouwen. Twee (soms zelfs drie!) keer per jaar wordt een nest van 5 à 7 eieren grootgebracht. Bij het tweede legsel helpen andere paren en de jongen uit het eerste nest mee.
baardmannetjes.jpg

Verspreiding en habitat
Echt trekken doet het baardmannetje niet. De meesten blijven overwinteren in hun broedgebied, enkelen gaan kleine stukjes naar het zuiden.
Tijdelijke vegetariër
Baardmannetjes eten in de zomer vooral insecten, spinnen en kleine slakjes. In de winter worden deze tijdelijk vervangen door zaden van waterplanten. Om deze zaden te kunnen verteren verandert de maagwand van de baardmannetjes elk jaar opnieuw van bouw.
Het baardmannetje kwam rond 1940 bijna niet meer voor doordat er een aantal strenge winters waren geweest. Bij het droogleggen van de Flevopolders ontstonden rietvelden van duizenden hectares. Die werden snel door de baardmannetjes ontdekt en er ontstond een ware bevolkingsexplosie. Vanuit de Flevopolders hebben de baardmannetjes zich daarna over heel Nederland kunnen verspreiden, tot in de rietmoerassen op de waddeneilanden.