Overslaan en naar de inhoud gaan

Waterbeheer in Friesland

Vanaf de 10e eeuw bestaat er al waterbeheer in Fryslân. Toen gingen de Friezen dijken bouwen. Vanaf toen moest het overtollige zoete water uit de polders geloosd worden. Het waterbeheer van het huidige Friesland valt onder het Wetterskip Fryslân. De grootste zorg van het Wetterskip is de zeespiegelstijging, waardoor het lozen van water in zee moeilijk wordt.

Poldergemalen

Fryslân heeft 800 poldergemalen. De twee belangrijkste afvoeren zijn de sluizen bij Harlingen en die bij Dokkumer Nieuwe Zijlen. Uiteindelijk komt het water in de Waddenzee terecht. Omdat de zeespiegel stijgt zijn er plannen voor nieuwe gemalen. Andere uitdagingen zijn de bodemdaling door gas- en zoutwinning, en verzilting van de bodem.

Kaderrichtlijn water

Om het water schoon te krijgen is de Europese Kaderrichtlijn Water ontworpen. Om aan die richtlijn te voldoen, moet er in Fryslân wat gedaan worden aan de vermesting door land- en tuinbouw, riooloverstorten en vervuiling met onder andere zware metalen en bestrijdingsmiddelen.

Van terpen naar polders

De eerste bewoners van de waddenkust in Friesland leefden op terpen. Later werden die verbonden door dijken. In de 9e en 10e eeuw zijn de eerste echte dijken aangelegd waarmee het hele land beschermd werd tegen de zee. De ringdijk rond Pingjum in Friesland is een mooi voorbeeld van zo'n vroege dijk. Hij staat bekend als de Pingjumer Halsband of de Gouden halsband. Steeds grotere gebieden werden tegen de zee beschermd. Rond het jaar 1000 kwam er ook een dijk om de Middelzee, een inham van de Waddenzee.
Het onderhoud van de dijken was een taak van de boer. Als die de dijk niet goed onderhield, kon hij zijn land kwijtraken aan de kerk of de gemeente, die het dan weer opnieuw verdeelde.

Het eerste waterbeheer

Om het zoete water kwijt te raken werden eerst de bestaande kreken en slenken gebruikt. Er kwamen sluizen en dammetjes in. In de Middeleeuwen werden de natuurlijke geulen verdiept en verbreed. Een belangrijk deel van de afwatering liep naar de Middelzee, een inham van de Waddenzee. Na de afsluiting van de Middelzee in de 16e eeuw werden nieuwe vaarten gegraven. Pas in de tweede helft van de 20e eeuw zijn veel wateren in Fryslân voor de scheepvaart met elkaar verbonden.

De opkomst van windmolens

Vóór 1500 werd het waterniveau geregeld met sluizen. Er kon alleen geloosd worden als het waterpeil buiten de polder lager lag. Rond 1500 kwamen er windmolens in Friesland, die water op konden pompen. Lager gelegen gebieden konden nu ook polders worden. In elke polder konden de boeren hun eigen polderpeil instellen. In Fryslân zijn in de loop der tijd naar schatting 1500-2000 windmolens gebouwd.

De Friese Boezem

Doordat er steeds polders bij kwamen, die allemaal afgewaterd moesten worden, kreeg de Friese boezem, het stelsel van waterafvoerkanalen, in de loop van de tijd steeds meer water te verwerken. Er kwam ruimtegebrek voor het water. Daarom zijn er veel nieuwe sloten, vaarten en kanalen gegraven.

Stormvloeden

In de loop van de eeuwen zijn de Friese dijken verschillende keren bezweken door stormvloeden. Er vielen soms duizenden doden bij. De rampen waren onder andere zo groot omdat de bewoners het vertikten om actief dijken te onderhouden en te herstellen. Een bekende stormvloed was de Allerheiligenvloed van 1570. Er zijn toen minstens 2892 mensen verdronken. Het water kwam tot  3,85 meter boven NAP, en bijna heel Fryslân stond onder water. Omdat het zoute water niet meteen weg stroomde, werd de grond zout en mislukte de oogst. Al in 1888 waren de dijken redelijk veilig, waardoor er tijdens de watersnoodramp van 1953 geen ernstige overstromingen zijn geweest. Tegenwoordig zijn alle zeewerende dijken op deltahoogte gebracht.

CC-BY-NC, Ecomare & VLIZ 2020 - Laatst bijgewerkt: