
Vroeger waren alle vogels vogelvrij. Door de rijken werd er gejaagd en door de armen gestroopt. Het ging met name om het vlees en de eieren. Rond 1920 kwamen hoeden in de mode die versierd waren met opgezette sterns. Duizenden vogels in het waddengebied lieten daarvoor het leven. Veel mensen waren geschokt door de 'sterntjesmoord'. Het gaf de aanzet tot het begin van de wettelijke bescherming van alle vogels. In 1936 ontstond de vogelwet, waarin bijna alle Europese vogels wettelijk beschermd werden. Tegenwoordig hebben vogels in België en Nederland vooral last van verstoring en verlies van hun leefomgeving.
Wetten en regels
Sinds 1936 worden vogels beschermd door allerlei wetten en regels. In 2000 werd de oude vogelwet uit 1936 vervangen door de Flora- en Faunawet, die niet alleen de bescherming van vogels regelt, maar ook van andere dieren. Tegenwoordig zijn er ook internationale maatregelen om de vogels te beschermen, bijvoorbeeld de Ramsar Conventie en de Natuurbeschermingswet. Er zijn ook overeenkomsten voor specifieke vogelgroepen, zoals de 'Agreement on the Conservation of African-Eurasian Migratory Waterbirds'(AEWA).