Overslaan en naar de inhoud gaan

Visserij bij Texel

Wanneer je op vrijdagmiddag een kijkje neemt op de haven van Oudeschild dan zie je één voor één de grote vissersboten binnenkomen. Het dorpje is de thuishaven van de Texelse vissers en ze komen terug van een week vissen op zee. De vangst hebben ze in Den Helder aan wal gebracht om te verkopen. De Texelse vloot vist voornamelijk op de Noordzee op schol en tong. Een klein deel vangt haring en garnalen. Vier schepen vissen nog op schelpdieren, waarvan één op mosselen. Verder vind je in Oudeschild een aantal bedrijven die belangrijk zijn voor de visserij. Er is een scheepsdok waar boten gerepareerd kunnen worden en een winkel voor visserijbenodigdheden. In de zomer kun je ook zelf mee met een kotter om garnalen te vangen. De vissers leggen je dan precies uit hoe alles werkt en natuurlijk worden er ook garnalen geproefd!

Zware tijden

De visserij op Texel, maar ook in de rest van Nederland, heeft het niet gemakkelijk. De brandstofprijzen zijn hoog en de vissers moeten zich aan tal van regels houden. Zo mogen ze bijvoorbeeld niet overal meer vissen en is er een maximum aan het aantal dieren dat ze mogen vangen. Dat noemt men quota. In 2010 liggen er nog 19 grote kotters in de haven van Oudeschild, zijn er nog 22 kleine bootjes en 4 vissers die schelpdieren vangen. 

De boomkorvisserij was erg populair op Texel, maar steeds meer vissers schakelen over op modernere vistechnieken. Een boomkor is een vistuig dat eruit ziet als een stalen buis waarachter een net hangt. Om platvis te vangen zitten er zware kettingen aan de boomkor die over de zeebodem slepen. Dat slepen kost veel brandstof en is bovendien slecht voor de zeebodem. Op Texel zijn in 2010 bijna alle schepen daarom overgestapt op de pulskor, sumwing of jackwing. Dat zijn visserijtechnieken die brandstof besparen en minder slecht zijn voor de zeebodem. Helaas lopen veel vissers die hun technieken willen verbeteren tegen Europese regelgeving aan waardoor het niet altijd even gemakkelijk is om te vernieuwen.

Geschiedenis van de Texelse visserij

kot.jpg

Een garnalenkotter | © Ecomare

Tussen 1700 en 1845 was de oestervisserij een belangrijke bron van inkomsten op Texel. De oesterkwekers kregen het vanaf 1932 heel zwaar toen de Afsluitdijk de Zuiderzee doormidden knipte. Het zuidelijke deel werd het zoete IJsselmeer, maar het noordelijke deel (nu westelijke Waddenzee) veranderde ook ingrijpend. De zeegrasvelden verdwenen en ook het aantal vissen nam af. In de Tweede Wereldoorlog kwamen er steeds meer kleine visserijbedrijfjes. De grote kotters waren in beslag genomen en er werd veel vis verkocht aan de Duitsers op het eiland.
In de jaren zestig van de vorige eeuw krijgen de kleine bedrijven het moeilijker. De familiebedrijven met grotere schepen konden het wel redden. Families waren bereid om tegen weinig loon hard te werken en het verdiende geld in nieuwe schepen te steken. In die periode werd de boomkor ingevoerd, waardoor de visserij een grote vlucht nam. In 1975 kwamen er quota voor vissen, om overbevissing tegen te gaan.

CC-BY-NC, Ecomare & VLIZ 2020 - Laatst bijgewerkt: