

Zoetwaterspiering
Spiering zwom vroeger vrijelijk de Zuiderzee in voor de voortplanting, via deze zee bereikten ze de rivieren waar ze hun eieren leggen. Sinds de aanleg van de Afsluitdijk is het grootste deel van de Zuiderzee IJsselmeer geworden en kunnen de vissen niet zo makkelijk meer heen en weer zwemmen. Er leeft daardoor een groep 'binnenspiering' in het IJsselmeer die niet meer terug naar zee trekt. Uit onderzoek blijkt dat ook de 'zeespiering' niet door de spuiluizen van het IJsselmeer trekt. Zij paaien op andere plekken, waar ze wel het zoete water kunnen bereiken. De 'zeespiering' en de 'binnenspiering' komen in het IJsselmeer niet met elkaar in contact. Sinds 1990 gaat het niet zo goed met de 'binnenspiering'. In sommige jaren, zoals in 2007 en 2008, mogen vissers daarom geen spiering vangen in het IJsselmeer.
Dol op spiering
Veel watervogels zijn dol op spiering. In het IJsselmeer zijn dat met name sterns, meeuwen, futen, zaagbekken en jonge aalscholvers. In de nazomer, wanneer de vogels ruien en energie verzamelen voor de reis naar hun overwinteringsgebieden, eten kokmeeuwen en zwarte sterns veel spiering. In de winter zijn het overwinterende zaagbekken die graag een hapje spiering nemen. In het late voorjaar zijn het de aalscholvers die zich aan de vissen te goed doen. Maar niet alleen vogels eten graag een spierinkje. In het IJsselmeer worden ze ook gegeten door roofvissen zoals baars en snoekbaars.