
Pioniers
Het systeem is in 1992 uitgevonden door Piet Jan Verburg uit Colijnsplaat en werd in 1998 door het ministerie van LNV aangekocht. Maar een Europees verbod op elektrisch vissen belemmerde de invoering van deze nieuwe techniek. Experimenteren mocht wel. Tussen 2005 en 2007 viste de UK153 met twee pulskorren om het systeem in de praktijk te testen. Later nam de TX 68 de pioniersrol over.
visserij-pulskor-00-.jpg

Voortgang pulskorproject
Het Europese verbod op pulsvisserij is versoepeld. In september 2010 heeft het ministerie van LNV besloten dat hooguit vijf procent van de Nederlandse vloot met pulsdraden mag vissen. Niettemin betekent dat een ruime verviervoudiging van de pulsvloot, want tot die tijd waren maar enkele vergunningen afgegeven. De nieuwe pulsvissers vangen voornamelijk platvis, vaak al met de pulsdraden aan de sumwing in plaats van aan de boomkor. De sumwing is een zwevende vleugel met daaraan netten. Verder willen ook drie garnalenvissers de pulsdraden aan de kor gaan voeren.
Resultaten
De proef met de pulskor is redelijk succesvol verlopen. Schepen hadden minder brandstof nodig, omdat ze geen zware kettingen door de zeebodem hoefden te trekken. Een besparing van meer dan 40% was mogelijk. Van de vissen reageerde tong het best op de stroomprikkels. Er werd 15-20% meer gevangen dan met een traditionele boomkor. Ook tarbot laat zich goed vangen met de pulskor. Schol daarentegen reageerde slechter. In totaal werd met de nieuwe methode iets minder vis gevangen. Maar omdat de vis vaker onbeschadigd uit de netten kwam, en dus van betere kwaliteit was, leverde de vis uiteindelijk op de visafslag een iets hogere prijs op.
Effecten
De pulsvisser kan met de knop regelen wat voor vis hij vangt. De hoogte van de spanning die op de stroomdraden wordt gezet, is van invloed op de grootte van de gevangen vis. Als de spanning hoger is, worden grotere vissen gevangen. Als gevolg van dit effect vermindert de bijvangst van ondermaatse vis. En wat toch nog wordt bijgevangen brengt het er vaker levend van af dan bij de traditionele boomkorvisserij met wekkerkettingen. Bovendien worden er 50% minder bodemdieren, zoals krabben en zeesterren, en 20% minder ingegraven schelpdieren gevangen.Er zijn ook ongewenste effecten. Sinds de invoering van de pulsvisserij worden er opvallend veel kabeljauwen met gebroken ruggen gevangen. Ook leggen sommige mensen een verband tussen de zweren op platvis en de pulsvisserij. De effecten op haaien en roggen zijn nog niet onderzocht, net zo min als het chemische effect op de zeebodem.