

Diep duiken
Potvissen kunnen erg diep duiken en tot wel 2 uur onder water blijven zonder tussendoor adem te halen. Hoe doen ze dat? Onderzoekers zijn er pas achtergekomen dat zeezoogdieren die lang onder water kunnen blijven heel veel eiwitten in hun spieren hebben die zuurstof binden. Dit eiwit, myoglobine, houdt de zuurstof vast totdat de spier die nodig heeft. Daardoor zijn de spieren van potvissen niet constant afhankelijk van vers zuurstof dat via het bloed wordt aangevoerd. Bij andere dieren zou zo'n grote hoeveelheid van dit eiwit gaan klonteren, maar bij diepduikende zeezoogdieren stoten de eiwitten elkaar af waardoor dat niet gebeurt. Dankzij het antiplakeiwit kunnen potvissen dus zo lang onder water blijven en zo diep duiken.
Oude familie
De potvis behoort tot de tandwalvissen, maar omdat hij helemaal niet lijkt op de andere tandwalvissen, is hij in een aparte familie gezet. Andere families zijn de dolfijnachtigen, bruinvissen en spitssnuitdolfijnen. De potvisfamilie is erg oud, er waren 25 miljoen jaar geleden al potvisachtige dieren.
mdb-potvis-11.jpg

Verspreiding en leefgebied potvissen
Potvissen leven niet in de Noordzee, maar komen wel voor in alle oceanen. Er zijn wereldwijd 500.000 tot 2 miljoen exemplaren. In de winter trekken ze vanuit noordelijker streken naar het zuiden, onder meer langs de oostzijde van de Atlantische Oceaan. Zo kunnen potvissen ook in de Noordzee terechtkomen. In het voorjaar van 2006 werden nog veertig verdwaalde potvissen in de Noordzee gesignaleerd. Omdat de Noordzee zo ondiep is voor potvissen, stranden ze vrij snel.
kaart-potvis.jpg

Strandingen Nederlandse kust
Uit de 16e, 17e en 18e eeuw zijn minstens twintig strandingen bekend. Bij de meeste meldingen van potvissen in de Noordzee gaat het om twee of drie exemplaren tegelijk. Het zijn altijd jonge mannetjes, die tussen de 12 en 18 meter lang zijn. Groepjes jonge vrijgezellen verlaten in het najaar de grote kuddes potvissen (vrouwtjes met jongen) in de tropische en subtropische delen van de oceanen. Waarschijnlijk doen ze dat omdat ze langer en dieper kunnen duiken dan de vrouwtjes en de jongen. Ze kunnen daardoor gebruik maken van andere jachtgebieden. Vanaf halverwege de 18e eeuw tot in 1937 zijn er geen strandingen van potvissen op de Nederlandse kust gemeld.In 1937 strandden twee potvissen bij Terneuzen. Sindsdien zijn er meer dan tien strandingen in Nederland geweest.
Massastrandingen
Ook aan de Noordzeekusten van andere landen zijn meer potvissen gestrand. Er zijn ook meer zwemmende potvissen in de Noordzee gezien. Op het Deense waddeneiland Rømø zijn op 4 december 1998 maar liefst zestien potvissen tegelijk gestrand. In dezelfde periode spoelden op andere plekken nog dertien potvissen aan. Bij Sankt Peter Ordning in Sleeswijk-Holstein konden drie dieren die niet zo hoog op het strand lagen met behulp van boten teruggeleid worden naar dieper water. Nadien zijn ze niet meer gezien. Ze hebben het waarschijnlijk gered.De massastrandingen in de winter '97/'98 kregen veel publiciteit. Wetenschappers vonden het toenemend aantal strandingen potvissen een gunstig teken. Kennelijk zijn er weer meer potvissen gekomen door het jachtverbod. Er ontstond discussie over het redden van gestrande potvissen. Eén suggestie was om langs de kust op verschillende plekken grote luchtkussens te stationeren, zodat je de potvissen bij hoog water weer terug naar zee zou kunnen brengen. Anderen bedachten dat je potvissen met lawaai van de kust zou kunnen jagen. Maar velen denken dat er niet veel aan te doen is. Wanneer een potvis in de zuidelijke Noordzee terecht is gekomen loopt hij een groot risico om reddeloos te stranden. Ook ontstond er discussie over wat je moet doen met gestrande dieren die niet te redden zijn. Moet je ze afmaken of vanzelf rustig laten sterven? In december 2003 werd een groepje van drie verdwaalde potvissen bij Ameland door vissersboten naar dieper water gedreven. In november 2004 zijn er op Richel twee levende potvissen gestrand. Ze zijn met man en macht teruggeduwd in het water, waarna ze niet meer zijn gezien. Deze spectaculaire redding kwam nauwelijks in het nieuws. Het was op de dag dat Theo van Gogh in Amsterdam werd vermoord.
jk-potvis-ameland-1994-2.jpg

Oorzaken van strandingen
Door al die potvis-strandingen werd duidelijk dat de potvissen vaak op dezelfde plekken stranden. Koksijde, Kijkduin/Wassenaar, Ameland en Rømø zijn vaste stekken. Dit zou kunnen komen door patronen in het aardmagnetische veld. Potvissen kunnen die waarnemen en ze gebruiken om hun trekroutes te bepalen. Op bepaalde plekken maken potvissen makkelijk navigatiefouten. Dan stranden ze dus steeds op dezelfde plaatsen. Duitse onderzoekers vonden een verband tussen de strandingen en de activiteit van de zon. Zonnevlekken en uitbarstingen van de zon verstoren het aardmagnetisch veld. Dat zou de walvissen van slag brengen. Walvisachtigen die normaal gesproken in diep water jagen lopen in ondiep water altijd gevaar om te stranden. Zij 'zien' met geluidsgolven (een soort sonarsysteem). Door de zandbanken werkt hun sonar niet goed en dan raken de dieren in de war. In 2004 ontdekten wetenschappers dat gestrande walvissen vaak sporen van de caissonziekte tonen. Die aandoening komt voor bij duikers die te snel naar de oppervlakte komen waardoor stikstof in hun bloed gaat borrelen. Dit veroorzaakt veel pijn en kan zelfs leiden tot de dood. Biologen denken dat walvissen schrikken door harde geluiden onder water en daardoor te snel boven komen.
Ambergris
Ambergris, ook wel amber genoemd, ontstaat in de darmen van potvissen rond onverteerde snavelbekjes van inktvissen, het hoofdvoedsel van potvissen. Niet alle potvissen maken ambergris aan, alleen de dieren die een afwijking hebben. Deze afwijking, een lek tussen de magen, zorgt er voor dat de inktvisbekjes in de darmen terecht komen. Maar één op de honderd potvissen heeft dit lek. Als er scherpe inktvisbekjes in de darmen van een potvis terecht komen, worden deze ingebed in een mengsel van ambervet en half verteerde rugschilden van de inktvissen. Dit voorkomt dat de inktvisbekjes de darmwand beschadigen. Tijdens de diepzeeduiken van de potvis worden de bollen amber in het darmkanaal samengeperst tot brokken die net zo hard zijn als hout. Normaal gesproken poepen potvissen deze brokken uit. Soms ligt er zo'n brok op het strand. Ambergris heeft de eigenschap om geuren te binden: een geurtje waar een snuf ambergris in zit blijft veel langer hangen dan een geurtje zonder amber. Amber wordt daarom nog steeds in de parfumindustrie gebruikt en is ontzettend veel geld waard. In de endeldarm van de dode potvis die op 15 december 2012 op de Razende Bol bij Texel aanspoelde, zat uitzonderlijk veel amber. Waarschijnlijk had dit dier last van een verstopping waardoor de brokken zich in zijn darmen ophoopten. Direct na de vondst wogen de brokken samen wel 83 kilo. De waarde hiervan werd geschat op enkele tonnen.
Walschot
Vroeger werd er veel gejaagd op potvissen. Vooral het kostbare walschot in de enorme kop van het dier was gewild. Dat is een wasachtige stof die gebruikt werd voor de productie van kaarsen. Walschotkaarsen gaven het helderste licht. Tegenwoordig worden daar stoffen uit de chemische industrie voor gebruikt. De stof werd ook in de cosmetica-industrie gebruikt als basis voor zalf. Walschot is ook wel bekend als spermaceti. Het is het hoofdbestanddeel van het diepzeeduik-orgaan van de potvis. De walvis kan de bloedtoevoer naar de kop vrijwel afsluiten. Het walschot koelt dan af. Het stolt zodat het soortelijk gewicht ervan toeneemt en de potvis gemakkelijk kan duiken. Als de walvis veel warm bloed door het walschot laat stromen wordt dit weer vloeibaar. Het soortelijk gewicht neemt af zodat de potvis gemakkelijk naar de oppervlakte kan zwemmen.
mdb-potvis-19.jpg

Jacht
Vanaf 1987 mag er niet meer op potvissen gejaagd worden in de Atlantische Oceaan. In de jaren zeventig van dezelfde eeuw werden nog ruim 6000 potvissen geharpoeneerd. Japan heeft in 2000 aangekondigd weer op potvissen te zullen gaan jagen.