Overslaan en naar de inhoud gaan

Walvisjacht

Sinds 1986 bestaat er een internationaal jachtverbod voor alle walvissoorten. Noorwegen gaat daar niet mee akkoord. Ook Japan jaagt nog steeds op walvissen. In die landen worden er toch nog walvissen gevangen voor consumptie. In de Noordzee gaat het om dwergvinvissen.

Geschiedenis

Ondanks het vangstverbod jagen Japan, Noorwegen en IJsland nog altijd op walvissen onder het mom van wetenschappelijk onderzoek. Het verbod uit 1986 kent een uitzondering voor oorspronkelijke volkeren, zoals de Inuit (Eskimo's) in Groenland en Canada. Verder is er een clausule die wetenschappelijk onderzoek van walvissen toestaat.
Alle Noordzee-volken hebben zich korte of langere tijd bezig gehouden met walvisvaart. Het ging daarbij vooral om traan, dat is het vet dat uit de speklaag werd gekookt. Daarvoor ging men met schepen naar de noordelijke IJszee of verder. In de achttiende eeuw was de jacht op de langzame walvissoorten zo intensief, dat deze te zeldzaam werden en het niet meer rendabel was om er op te jagen.
In de twintigste eeuw vond men het harpoenkanon uit, en kon men ook de snelle vinvissen gaan bejagen. Rond Antarctica zijn sindsdien meer dan een miljoen vinvissen geharpoeneerd. In 1950 werd een Nederlandse walvisvaarder, de Willem Barentsz, te water gelaten. Met dit schip ving men vooral  vinvissen in het zuidpoolgebied. Maar al na enkele jaren was de vangst niet meer lonend.
De walvisvangst werd omstreden in de jaren zeventig van de twintigste eeuw. In 1985 maakte de Internationale Walvisvaart Commissie (IWC) een einde aan de commerciële walvisvangst.
Er is in de Noordzee nooit op grote schaal op walvissen gejaagd, om de eenvoudige reden dat er maar weinig walvissen voorkomen. In Denemarken werd wel op bruinvissen gejaagd. Daarbij werden de dieren met behulp van bootjes naar een zee-engte gedreven, waar men ze kon vangen en doden.

Jacht op dwergvinvissen

Noorwegen heeft de afgelopen jaren tussen de 200 en 650 dwergvinvissen gedood voor commerciële doeleinden. De Noorse walvisvaarders zeggen dat er voldoende dwergvinvissen in de Noorse wateren rondzwemmen om er een aantal af te schieten. Volgens de Noorse ambassade leven in het zeegebied tussen IJsland, Schotland en Noorwegen ongeveer 112.000 dwergvinvissen. Noorse wetenschappers houden het erop dat er hooguit 53.000 dwergvinvissen rondzwemmen.
Een ander argument dat de Noren gebruiken voor de walvisjacht is dat ze, net als de Inuit en Chuckchi, uit traditioneel oogpunt en voor de vleesbehoefte van de bevolking jagen. Maar in 1999 bleek dat de Noren 500 ton walvisblubber klaar hadden liggen voor de export naar Japan.
Japanse onderzoekers hebben berekend dat walvissen ruim drie keer zoveel vis eten als door de visserij binnengehaald wordt. Ze gebruiken dit graag als argument voor de walvisjacht. Wat de onderzoekers echter 'vergeten' te vertellen is dat het hoofdvoedsel van de walvissen, krill en inktvissen uit de diepzee, voor de visserij niet interessant is.

CC-BY-NC, Ecomare & VLIZ 2020 - Laatst bijgewerkt:

Bovenliggende categorieën