

Zie ook
Geuzenvis
Vlak na de Beeldenstorm, aan het einde van de zestiende eeuw, spoelden er op het Hollandse strand twee forse grote pijlinktvissen aan. Adriaen Coenen beschrijft deze strandingen in zijn Visboeck uit 1578. Inclusief tentakels waren zij zeven voet (ruim twee meter) lang. Deze dieren werden in die dagen 'poelomp' genoemd. Deze strandingen veroorzaakten erg veel commotie omdat er 'geuzenvissen' waren aangespoeld. De zuignappen op de tentakels leken sprekend op de bedelnapjes die de Geuzen met zich meedroegen als teken van hun gilde. Veel Hollanders geloofden dat de stranding van de poelompen betekende dat er binnenkort iets belangrijks met de Geuzen zou gebeuren. Coenen dacht daar het zijne van. Hij had al twintig jaar eerder zo'n stranding meegemaakt. Toch werd niet lang na de strandingen de Republiek der Verenigde Nederlanden uitgeroepen. Dus misschien was de stranding van de geuzenvissen toch een voorteken?
Verspreiding en habitat
De grote pijlinktvis is een soort van de volle zee, die zelden in het kustwater komt. Hij leeft op dieptes van 0 tot 1000 meter. In het koude Noorden van de Noordzee komt hij meer voor dan in het warme Zuiden. Hij paait in de winter, in de Atlantische Oceaan.