
De paalworm is geen worm maar een tweekleppig schelpdier met merkwaardig kleine schelpjes op een langgerekt, verder onbeschermd weekdier-lichaam. Hij leeft samen met bacteriën die hout kunnen verteren. Hij kan op deze manier hout 'eten' en tegelijk een beschermend holletje graven. De houten schepen uit de 17e eeuw hebben het dier naar Nederland gebracht. In de 18e eeuw werd het beestje een grote ramp. Het vernielde alle houten palen die de dijken beschermden. Tegenwoordig vormt de paalworm nog een bedreiging voor de scheepswrakken in de Waddenzee.

Zie ook
De straffe Gods
In de 17e eeuw wordt de paalworm al genoemd door geschiedschrijver Pieter Cornelisz Hooft, die stelt dat het dier al in 1580 gezien zou zijn in de houten dijkverzwaringen van Zeeland. De paalworm werd in de 18de eeuw een echte ramp. Het diertje ruïneerde in snel tempo alle houten dijkbeschermingenoeiingen langs de kust. Men zag de komst van dit schadelijke dier als een straf van God voor het zedenloos gedrag en de hebzucht van de Nederlanders in de Gouden Eeuw.
paalworm-sg.jpg

Verspreiding en habitat
De paalworm leeft in de Nederlandse wateren ingegraven in hout. Je kunt ze vinden in scheepswrakken en houtafval in zee.