

Broedvogel
Tot de eeuwwisseling groeide het aantal broedparen kleine mantelmeeuwen in Nederland gestaag. In 2000 broedde ongeveer de helft van de Nederlandse populatie, 82.500 paren, in het waddengebied. Nadien is de groei gestopt en namen de aantallen weer af. Er zijn nu minder vissersschepen actief in de zuidelijke Noordzee, waardoor er minder voedsel voor de vogels is.
kleine mantelmeeuw-vliegend-em.jpg

Verspreiding en leefgebied
Kleine mantelmeeuwen komen voor in Noord- en West-Europa. Ze vestigden zich in 1926 in Nederland. Sindsdien is de soort in Nederland langzamerhand toegenomen. Nu is het een gewone verschijning in de kuststreken en zijn ze bijna net zo algemeen als de zilvermeeuw. Ze broeden in kleine kolonies, vaak met andere meeuwen. In de winter trekken ze naar zuidelijker streken.
k-kleine-mantelmeeuw-NL.jpg

Meeuw met een rugzakje
Sinds 2009 krijgen sommige kleine mantelmeeuwen een GPS-rugzakje. Hierdoor kunnen onderzoekers de bewegingen van de meeuwen tot op 7 meter nauwkeurig volgen. De GPS-ontvanger, een soort radiozender, stuurt de gegevens zelf door naar de computers van de onderzoekers. Zo weten de onderzoekers precies waar de vogel uithangt. Uit het onderzoek blijkt dat meeuwen graag steeds op dezelfde plek terugkomen om hun eten bijelkaar te scharrelen. "Ook als ze voor het overwinteren naar Spanje trekken, gaan ze vaak weer naar dezelfde vuilnisbelt waar het vorig jaar goed toeven was", zegt onderzoeker Kees Camphuijsen.
Baltsgedrag bij de Kleine mantelmeeuw (Larus Fuscus) © René Van Outryve