
Waarschijnlijk was de strandgaper het eerste dier dat, halverwege de Middeleeuwen aan boord van een Vikingschip, vanuit Amerika werd ingevoerd in Europa. Nu maken heel veel dieren vanuit alle wereldzeeën de oversteek. Ze zitten vastgehecht aan de scheepshuid of komen als larve in het ballastwater van de vrachtschepen mee. Ook uit kwekerijen ontsnappen soms uitheemse soorten, die zich blijvend kunnen vestigen. Tussen 1900 en 2000 zijn ruim 150 nieuwe, niet-inheemse soorten ontdekt in de Noordzee. Soms zijn de nieuwkomers schadelijke concurrenten voor de inheemse soorten.
Steeds meer nieuwelingen
In de Noordzee komen zeedieren voor uit Japan, Amerika en Nieuw-Zeeland. Op zich is dat interessant, maar omdat het wereldwijd gebeurt worden de verschillen tussen de kustmilieus steeds kleiner. Het komt voor dat een nieuwkomer een oude, inheemse soort verdringt. Op het land en in zoetwater zijn daar veel voorbeelden van. Ook in zee gebeurt dat wel. Japanse oesters groeien sneller en zijn beter bestand tegen ziekten dan de de Europese oesters.
De introductie van nieuwe soorten kan ook schadelijk zijn voor de economie. De oorspronkelijk uit Zuidoost-Azië afkomstige algen Gymnodinium en Alexandrium zijn wereldwijd verspreid. Ze produceren giftige stoffen die schadelijk zijn voor vissen, zeezoogdieren en schelpdieren. Als mensen die schelpdieren eten, worden ze ziek. Andere uitheemse soorten die zich hier met succes hier hebben gevestigd, en daarna problemen veroorzaakten zijn de paalworm, de Chinese wolhandkrab en het Japans bessenwier.
grafiek-exoten-ned2.jpg

Vikingen
De strandgaper is waarschijnlijk de eerste soort die per schip naar onze omgeving gekomen is. Tot voor kort dacht men dat dit schelpdier in de zestiende eeuw uit Amerika is meegenomen. Recente vondsten tonen echter aan dat dat veel eerder gebeurde. De Vikingen zouden dit dier al halverwege de Middeleeuwen in Europa hebben geïntroduceerd. Dat de Vikingen handel dreven met de Noord-Amerikaanse indianen was al langer bekend. Misschen namen ze de schelpdieren mee terug als levend proviand, dus om op te eten.
4792-mya-strandgaper-mok-ogb2.jpg

Roofslak
De roofslak Rapana venosa is in 2005 voor de kust van Scheveningen opgevist. Deze slak komt oorspronkelijk uit Japan en China, kan 10 tot 20 centimeter groot worden en voedt zich met tweekleppigen zoals oesters en mosselen. In de jaren 50 van de vorige eeuw richtte de slak in de Zwarte Zee een slachting aan onder deze schelpdieren. Het is nog niet duidelijk of de slak zich in Nederland uitbreidt.
Met ballastwater, met oesters...
De worm Marenzelleria uit Noord-Amerika is in 1983 voor het eerst waargenomen langs de Noordzee-kust. Vlak daarna kwamen ze ook massaal in de Oostzee. Deze soort is waarschijnlijk meegekomen met het ballastwater van schepen. Onderzoekers vermoeden dat Marenzelleria een concurrent is van de inheemse zager, Nereis diversicolor.
In het voorjaar van 1998 visten Deense vissers veel dode geep uit de Noordzee. De oorzaak van die sterfte bleek de voor de Noordzee nieuwe gifalg Chatonella te zijn. Deze algensoort komt uit de zeeën rond Japan.
De penseelkrab, Hemigrapsus penicillatus, kwam in het jaar 2000 voor het eerst in Nederland. Deze ongeveer 5 centimeter grote krab heeft op zijn scharen plukjes haar zitten die lijken op het haar van een penseel. Hij concurreert met de strandkrab om voedsel. Hij is waarschijnlijk meegekomen met een lading Japanse oesters.
marenzelleria3.jpg
