
De grote mantel - niet te onderscheiden van de sint-jcobsschelp uit de Middellandse Zee - is wereldwijd bekeken het belangrijkste schelpdier voor de visserij. Meer dan een miljoen ton wordt jaarlijks opgevist! De schelp is het logo van de Shell, maar ook van van de pelgrims die vroeger naar Santiago de Compostella in Noordwest-Spanje reisden. De pelgrims namen deze schelpen mee, ter ere van Sint Jacob. Daar komt de naam vandaan. De dieren zijn heel beweeglijk. Door de schelp snel open en dicht te klappen kunnen we opspringen en zelfs zwemmen. Ze hebben lichtgevoelige plekjes op de rand van de schelp waarmee ze kunnen 'zien'.

Verspreiding en habitat
De grote mantel komt voor in het noordelijke deel van de Atlantische Oceaan tot in de Golf van Biskaje. In het Nederlandse deel van de Noordzee is de soort te vinden op de Doggerbank. Grote mantel leeft niet in het Belgisch deel van de Noordzee. Belgische vissers gaan ze opvissen in het Engels Kanaal. Ze leven van enkele meter diep tot op ruim 100 meter.
Als jong dier hechten ze vast met baarddraden aan een harde ondergrond. Volwassen schelpen liggen los op de zeebodem. Bij gevaar kunnen ze zwemmen door hun kleppen te snel open en dicht te klappen.
Oude grijs verkleurde fossiele en recente kleppen vind je wel eens op het strand. Jonge dieren spoelen soms aan op het strand, vastgehecht aan drijvende voorwerpen.
Herkennen
De bovenste klep is plat en oranje tot roodbruin gekleurd. De onderste klep is bleek en bol van vorm. De oortjes aan beide zijden van de top zijn even groot. Vanuit de top lopen 14 tot 17 brede ribben naar de rand van de schelp.